Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2

Wijze van berekening

Onderdeel van Verordening havengelden 2023

1.. Het haven-, kade- en opslaggeld wordt geheven, zodra het gebruik van het gemeentelijk vaarwater, van kaden en loswallen of enig in artikel 1.2 genoemd gemeentewerk aanvangt. Indien het tijdstip van aanvang niet gemeld is, wordt als tijdstip van aanvang 0:00 uur op de eerste dag gebruikt. 2.. De maatstaf voor de berekening van het havengeld is de oppervlakte van het vaartuig, gemeten in m2 per keer, waarbij de oppervlakte wordt bepaald door de lengte en de breedte van het schip, zoals vermeld in de meetbrief, met elkaar te vermenigvuldigen; 3.. De maatstaf voor de berekening van het havengeld van een casco is, zolang nog geen meetbrief aanwezig is, de oppervlakte van het casco gemeten in m2 per keer; Wanneer een casco in gedeelten wordt afgebouwd, wordt de oppervlakte opnieuw vastgesteld na plaatsing van een nieuw gedeelte; 4.. De maatstaf voor de berekening van kadegelden is de scheepslengte uitdrukt in aantal strekkende meters. 5.. De maatstaf voor de berekening van de opslaggelden is het aantal strekkende meters kade in eenheden van 25, 50, 75 en 100 strekkende meter, met een minimum van 25 strekkende meter; 6.. Ter bepaling van de door de opgeslagen goederen ingenomen grondoppervlakte wordt de ruimte tussen de goederen mede geacht door die goederen te zijn ingenomen. 7.. Als het haven-, kade- en opslaggeld is betaald volgens het tarief per keer, en het gebruik van de haven of de kade voortduurt na afloop van de termijn waarvoor het haven-, kade- en opslaggeld is betaald, wordt opnieuw haven-, kade- en opslaggeld geheven volgens het tarief per keer. 8.. Een aaneengesloten tijdvak van 2 dagen wordt gerekend als het gebruik van de haven aanvangt op vrijdag om 17:00 uur en eindigt op maandag om 9:00 uur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel