Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2023

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren. In afwijking van eerste lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald volgens de voorwaarden van de parkeerprovider, indien de parkeerapparatuur bij de aanvang van het parkeren in werking wordt gesteld met een applicatie van een parkeerprovider op een smartphone. In afwijking van het eerste lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald na afloop van het parkeren indien geparkeerd wordt in een parkeergarage. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning of ontheffing wordt verleend. Indien de belasting bij wege van aanslag wordt geheven moet de belasting binnen een maand na dagtekening van het aanslagbiljet worden betaald. Een naheffingsaanslag moet binnen een maand na dagtekening van de kopie naheffingsaanslag worden betaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel