Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 4.

Vaststellen van de draagkracht

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2023 gemeente Soest

1.. Als draagkracht wordt in aanmerking genomen 50% van het inkomen voor zover dit inkomen meer is dan 130% van de bijstandsnorm; 2.. In afwijking van het eerste lid, wordt de draagkracht bij een belanghebbende die deelneemt aan een minnelijke schuldregeling aansluiting gezocht bij de bepaling van de draagkracht van een belanghebbende in de WSNP; 3.. In afwijking van het eerste lid, wordt als draagkracht 100% in aanmerking genomen van het inkomen voor zover dit inkomen meer is dan 100% van de bijstandsnorm als het bijzondere bijstand betreft voor: De kosten van wonen; Verwervingskosten in verband met re-integratie; De algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan van jeugdigen van 18 tot 21 jaar, indien de bijstandsnorm onvoldoende is; De kosten van bewindvoering in brede zin; De gemeentelijke belastingen en waterschapsheffingen als men niet voor kwijtschelding belastingen in aanmerking komt; 4.. Voor het vaststellen van de draagkracht in het vermogen, zoals bedoeld in artikel 35 van de wet, wordt het vermogen boven het vrij te laten vermogen zoals bedoeld in artikel 34 van de wet in aanmerking genomen; 5.. Voor een belanghebbende die eigenaar is van een door hemzelf of haarzelf of zijn/ haar gezin bewoonde woning geldt het volgende: De vrijlating van het vermogen dat gebonden is in een woning, zoals bedoeld in artikel 34 lid 2 onder d van de wet geldt onverkort; Het in de eigen woning gebonden vermogen wordt berekend met toepassing van de WOZ- waarde van de woning; De individuele bijzondere bijstand wordt verstrekt in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek indien de kosten € 3.000,00 of meer bedragen per jaar voor zover er sprake is van een toereikende overwaarde; De individuele bijzondere bijstand wordt verstrekt overeenkomstig de regels opgenomen in deze beleidsregels voor zover de kosten minder dan € 2.000,00 per jaar bedragen. 6.. Voor de in de artikelen 9, 10 en 11 van deze beleidsregels genoemde kostensoort geldt dat er geen aanspraak gemaakt kan worden op een tegemoetkoming als er sprake is van een inkomen hoger dan 130% van de bijstandsnorm.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel