Naar hoofdinhoud

Artikel 5

- Maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening Riool- en waterzorgheffing 2023

1.. De belasting als bedoeld in artikel 2 wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in artikel 6. 2.. Het aantal kubieke meters afgevoerd water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leiding- en grondwater dat in de voorlaatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Daarbij geldt een gedeelte van een kubieke meter voor een volle kubieke meter. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. 3.. De hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water verkregen door middel van een pompinstallatie wordt vastgesteld aan de hand van de opgave van het waterbedrijf en/of een door de belastingplichtige in te vullen aangiftebiljet. 4.. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 5.. De hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd. 6.. In afwijking van lid 2 wordt indien alleen sprake is van hemelwater afvoer het aantal kubieke meters afgevoerd water gesteld op < 100m3.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel