Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.3

Artikel 6.3.3

Stap 3: toepassing van de mobiliteitscorrectie

Onderdeel van Nota Parkeernormen Geldrop-Mierlo

Wanneer de normatieve parkeerbehoefte is berekend en een eventuele parkeerbehoefte van een of meerdere bestaande functie(s) is gesaldeerd, kan in de volgende stap een mobiliteitscorrectie worden toegepast. De mobiliteitscorrectie vormt een optionele stap, de initiatiefnemer bepaalt óf en in welke mate wordt ingezet op een of meerdere mobiliteitsconcepten om in (een gedeelte van) de parkeerbehoefte te voorzien. Een voorbeeld van een mobiliteitsconcept is het inzetten van een of meerdere deelauto's. Mobiliteitscorrecties kunnen alleen leiden tot een vermindering van het aantal benodigde autoparkeerplaatsen. De gemeente Geldrop-Mierlo heeft de mogelijke mobiliteitscorrecties en randvoorwaarden die hiermee gepaard gaan in deze Nota Parkeernormen vastgelegd. In totaal zijn drie correcties mogelijk. De correcties kunnen worden gestapeld, echter tot een maximum percentage van de totale normatieve parkeerbehoefte (dus inclusief bezoekersdeel), dit is per zone verschillend: Centrum Geldrop: 30% Schil centrum Geldrop: 20% Overige gebieden (Geldrop en Mierlo): 10% De correcties worden hierna toegelicht. Er is geen sprake van mogelijkheid in de aan te houden correctiehoogte. Met andere woorden het is altijd volledige correctie of niet. Op het moment dat een initiatiefnemer mobiliteitscorrectie toepast, dan moet hiervoor een mobiliteitsplan worden opgesteld (zie tekstkader ‘Het Mobiliteitsplan’). Ligging nabij hoogwaardig openbaar vervoer De eerste correctie heeft betrekking tot de ligging van een ruimtelijke ontwikkeling in de directe nabijheid van openbaar vervoer. Voor de ov-haltes geldt dat deze in toenemende mate effect hebben op het autobezit en -gebruik onder bewoners, werknemers en bezoekers naar mate het bedieningsniveau van bus of trein in frequentie toeneemt. Voor de definitie van HOV en OV wordt verwezen naar de lijst met begripsomschrijvingen. De hoogte van de correctie is afhankelijk van de werkelijke loopafstand vanaf de ontwikkeling tot de halte. Hiervoor zijn twee categorieën bepaald: van 0 tot 400 meter en van 400 tot 750 meter. De correctie moet worden toegepast op de normatieve parkeerbehoefte van de ontwikkeling (indien van toepassing na salderen). OV voorziening Afstand van halte tot aan hoofdingang 0-400 meter 400-750 meter HOV halten 15% 10% Overige OV halten 10% n.v.t. Tabel 2 Mobiliteitscorrectie ligging nabij openbaar vervoer voorziening De correcties opgenomen in Tabel 2 zijn van toepassing op iedere functie die in een ontwikkeling wordt gerealiseerd. De initiatiefnemer hoeft feitelijk geen maatregelen te treffen om voor deze correctie in aanmerking te komen. De gemeente Geldrop-Mierlo eist wel dat de initiatiefnemer in het op te stellen mobiliteitsplan motiveert hoe de toekomstige bewoners of werknemers maximaal worden gestimuleerd om gebruik te maken van het openbaar vervoer. Inzet van een autodeelconcept De initiatiefnemer van een ruimtelijke ontwikkeling kan ervoor kiezen om een autodeelconcept aan te bieden richting de toekomstige bewoners. Dit is een concept aangeboden vanuit een partij, waarbij meerdere huishoudens van dezelfde voertuigen gebruik maken. Een autodeelconcept kan particulier autobezit (1e en/of 2e auto) vervangen, als gevolg hiervan neemt het aantal benodigde parkeerplaatsen af. Wanneer een initiatiefnemer van plan is om een autodeelconcept aan te bieden, dan gelden de volgende eisen en randvoorwaarden: Een autodeelconcept kan alleen leiden tot een reductie van de parkeerbehoefte van woonfuncties; Een autodeelconcept kan uitsluitend van toepassing zijn in het centrum van Geldrop en de schil eromheen, mits in een loopafstand van 100 meter er een parkeerregulering van kracht is, gemeten vanaf de hoofdentree van het gebouw; Het deelautoconcept betreft altijd elektrische of zero emission voertuigen; In een ruimtelijke ontwikkeling in het centrum en de schil van Geldrop kan maximaal 20% van de parkeerbehoefte worden ingevuld met een autodeelconcept (hiermee is de schaalgrootte van het concept in relatie gebracht tot het aantal woningen); Iedere deelauto die wordt ingezet vervangt maximaal 5 reguliere auto's van bewoners; Voor iedere deelauto wordt een geoormerkte autodeelparkeerplaats aangelegd; De inzet van het autodeelconcept dient te allen tijde te zijn gewaarborgd, bijvoorbeeld ook voor nieuwe bewoners in geval van verhuizing van de eerste bewoner. Een en ander aan te tonen door middel van een ondertekende overeenkomst tussen de initiatiefnemer en partij die het concept zal aanbieden. Dit contract dient te worden overlegd wanneer de aanvraag voor de omgevingsvergunning wordt ingediend; In de bovengenoemde overeenkomst moet worden vastgelegd hoe het autodeelconcept in stand wordt gehouden wanneer, bijvoorbeeld als gevolg van faillissement, de gecontracteerde partij niet meer in staat is om de deelauto's aan te bieden; Het autodeelconcept moet beschikbaar zijn vanaf het moment dat de woningen worden opgeleverd; Deelnemers van een autodeelconcept komen niet in aanmerking voor een parkeervergunning in de openbare ruimte Excellente fiets- en scooter parkeeroplossing De gemeente Geldrop-Mierlo ziet de fiets en (elektrische) scooter als belangrijke kans in de vorm van een alternatief voor de privéauto. Daarom is er aftrek van de autoparkeereis mogelijk indien er sprake is van een uitzonderlijke facilitering van de fiets- en scooterparkeerbehoefte van vaste en tijdelijke gebruikers. Deze eisen komen bovenop de standaard fietsparkeereisen. De aftrek geldt alleen voor appartementsgebouwen in de gehele gemeente. Randvoorwaarde is dat de fietsenberging volledig op eigen terrein plaats wordt gerealiseerd. Er is een kwantitatieve eis ten aanzien van een korting op basis van een excellente fietsparkeeroplossing. Dit betreft als harde eis: Woningen < 75m2: minimaal 4 stallingsplaatsen Woningen >75 en < 125m2 : minimaal 5 stallingsplaatsen Woningen > 125m2: minimaal 6 stallingsplaatsen Daarnaast moeten er minimaal 5 kwalitatieve maatregelen worden getroffen. De volgende kwalitatieve maatregelen komen daarvoor in aanmerking: Voorziening op maaiveldniveau gesitueerd met directe aansluiting op hoofdingang; Gebruikers kunnen vanuit de stalling rechtstreeks (binnendoor) doorlopen naar de bestemming, zonder terug te hoeven lopen door de stalling; Voorbereid op groter fietsbezit door middel van etagerekken (minimale hoogte 2 meter75, gangpaden minimaal 2.10 breedte); De gangpaden in de stalling zijn minimaal 2.100 mm breed en een hoofdgang is minimaal 1.250 mm breed, zowel voor fiets als scooter; Een gebruiker moet de toegang van een stalling gemakkelijk kunnen openen: automatisch, met een eenvoudig te bedienen drukknop, chipkaartlezer of anderszins door middel van een tag; Service station: voorziening met basaal fietsgereedschap, perslucht of voetpomp voor bandenspanning op peil brengen; Minimaal ruimte voor 2 buitenmodel fietsen per woning en/of bakfiets; Stallingsmogelijkheden voor bezoekers aan de functie. Wanneer sprake is van het voldoen aan bovenstaande uitgangspunten kan de autoparkeereis met maximaal 20% worden verlaagd. Het mobiliteitsplan Bij het kunnen toepassen van een mobiliteitscorrectie dient er in alle gevallen een plan te worden ingediend waarin de praktische werking is uitgewerkt. Daarbij gaat het om o.a. een kwantitatieve onderbouwing van het aantal te vervangen parkeerplaatsen en een kwalitatieve uitwerking in de zin van: Hoe de bewoners worden geinformeerd bij start koop/huur In hoeverre is er sprake van verplichtend karakter van gebruik Hoe wordt omgegaan met wijzigingen door te tijd (bv verkleuring van functie, ander type bewoners etc.) Hoe de afspraken met leveranciers worden geborgd op de lange termijn Hoe instandhouding en vervreemding zal worden geregeld en geborgd. In alle gevallen is de initiatiefnemer gehouden aan een zelf op te stellen ‘Plan B’. Dit plan moet vooraf bekend zijn bij de gemeente en ingaan op het feit: wanneer het gebruik van het parkeerareaal anders is dan voorspeld, hoe door de eigenaren huurders dient te worden gehandeld.

Rechtspraak bij dit artikel