In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en die naar geldende maatschappelijke normen tot het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van de belanghebbende hoort. niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten;
algemene voorziening: een aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning;
andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de wet;
bovenlokaal verplaatsen: het vervoergebied 20 tot en met 40 kilometer om het woonadres van de reiziger;
cliënt: persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening of aan wie een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget is verstrekt of door of namens wie een melding is gedaan van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning;
eigen bijdrage: bijdrage als bedoeld in de artikelen 2.1.4 van de wet;
financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten die rechtstreeks aan de cliënt kan worden uitbetaald en waarvoor geen oordeel wordt gegeven over de kwaliteit;
gewaarborgde hulp: een door de budgethouder ingeschakelde persoon van wie voldoende duidelijk is dat deze kan instaan voor nakoming van de aan het persoonsgebonden budget verbonden verplichtingen;
gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten;
gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;
hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2;
lokaal verplaatsen in de directe woon- en leefomgeving van de belanghebbende: het door middel van een vervoersvoorziening verplaatsen in een straal van maximaal 20 kilometer rond de woning van belanghebbende;
maatwerkvoorziening: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen of andere maatregelen ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen en opvang;
mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep;
melding: de melding van een hulpvraag aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;
normaal gebruik van de woning: de mogelijkheid om normale (elementaire) woonfuncties te kunnen verrichten. Hieronder valt slapen, eten, lichaamsreiniging, het doen van essentiële huishoudelijke werkzaamheden, koken en keukengebruik, horizontale en verticale verplaatsingen binnen de woning en toegang tot de woning;
ondersteuningsplan: een document waarin een beschrijving staat van de situatie van de cliënt, het huishouden en het netwerk; een beschrijving van de krachten, de zorgen, de wensen en behoeften van de cliënt, het huishouden en het netwerk; de te behalen doelen (resultaten) op alle leefgebieden van de cliënt en het huishouden; en welke ondersteuning en zorg daarbij nodig is;
persoonlijk plan: een document waarin de cliënt of diens vertegenwoordiger zijn omstandigheden beschrijft en aangeeft op welke maatschappelijke ondersteuning hij naar zijn mening het meest is aangewezen;
persoonsgebonden budget: een door het college aan een cliënt of zijn vertegenwoordiger verstrekt budget waaruit betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen en andere maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren, en die een cliënt van derden heeft ontvangen;
schoon en leefbaar huis: een huis is schoon en leefbaar indien het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne-eisen. Schoon staat voor: een basishygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico's van bewoners worden voorkomen. Leefbaar staat voor: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen;
sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt;
voorliggende voorziening: een voorziening anders dan in het kader van de Wmo, die passend is ter ondersteuning in de zelfredzaamheid en participatie en waarmee het resultaat geheel of gedeeltelijk bereikt kan worden;
wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
woonplaats: de plaats waar iemand aan de hand van de concrete feiten en omstandigheden woonachtig is.
Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de wet, het Uitvoeringsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Voorst 2023