Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet.
Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was.
De hoogte van een pgb:
wordt vastgesteld in het onderzoek en aan de hand daarvan stelt de cliënt een pgb-plan op over hoe hij het pgb gaat besteden;
wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat de financiële tegemoetkoming toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering;
bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de desbetreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura;
wordt vastgesteld, waarbij rekening wordt gehouden of er sprake is van formele hulpverlening of informele hulpverlening.
De maximale hoogte van de financiële tegemoetkoming voor maatwerkvoorzieningen, niet zijnde diensten:
wordt vastgesteld op basis van de aanschafprijs van de goedkoopst adequate voorziening die het college in natura zou verstrekken, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting, plus een bedrag voor WA-verzekering indien deze verplicht is;
Achteraf en op declaratiebasis wordt tevens een bedrag verstrekt voor onderhoud en reparatie (zijnde instandhoudingkosten). Het bedrag voor onderhoud en reparaties is gebaseerd op maximaal de kosten die het college maakt wanneer een vergelijkbare voorziening in natura verstrekt wordt en is berekend op basis van de termijn dat de voorziening geacht wordt mee te gaan, zijnde de afschrijvingstermijn;
Indien de cliënt een met het pgb aangeschafte voorziening binnen de afschrijvingstermijn niet meer gebruikt:
wordt de restwaarde van de voorziening verrekend met een nieuw toe te kennen pgb.
wordt bij een eventueel nieuw toe te kennen pgb het pgb voor instandhoudingkosten voor de nog niet verstreken termijn verrekend met de nieuw toe te kennen instandhoudingkosten.
De in het persoonlijk plan vastgestelde doel/doelen moeten binnen het toegekende pgb-budget en de genoemde termijn worden behaald, tenzij er zich nieuwe omstandigheden voordoen die van invloed zijn op de persoonlijke situatie en de doelen.
Een pgb wordt niet verstrekt en is niet bedoeld voor:
ondersteuning in een spoedeisende situatie, als bedoeld in artikel 2.3.3 van de Wmo; crisishulp/ crisisopvang/ spoedhulp/spoedopvang;
situaties waarbij het pgb langer dan 13 weken per jaar of een aaneengesloten periode langer dan zes weken in het buitenland wordt besteed, tenzij hiervoor expliciet vooraf toestemming is gegeven door het college;
bemiddelings- of administratiekosten, coördinatie of voortgezette diagnostiek;
het inkopen van voorliggende, algemene en algemeen gebruikelijke diensten of voorzieningen.
Het college kan bepalen dat in verband met de kwaliteitsborging bepaalde ondersteuning, zoals beschermd wonen en maatschappelijke opvang, door een formele hulp moet worden geboden.
Een cliënt kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere voorzieningen onder voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. De kaders voor het inschakelen van een informele hulp zijn:
voor informele hulpen van 21 jaar en ouder geldt een vast maximum uurtarief gedurende maximaal 40 uur per week of een maximum tarief per etmaal. De tarieven voor informele hulp staan in bijlage 1. Indien sprake is van een informele hulp die parttime of fulltime betaalde arbeid verricht, geldt dat het maximum van de te verlenen informele hulp middels een pgb in combinatie met de omvang van de betaalde arbeid tezamen gemiddeld 48 uur per week, gemeten over een periode van 16 aaneengesloten weken, niet mag overschrijden. Dit conform de arbeidstijdenwet;
voor informele hulpen jonger dan 21 jaar geldt maximaal het wettelijk minimumjeugdloon.
Bij de beoordeling van de mogelijkheid tot het inzetten van informele hulp middels een pgb wordt het volgende bij de afweging betrokken:
Is de informele hulp in staat om de hulp te bieden die conform de beoogde doelstellingen in het persoonlijk plan benodigd is;
De informele hulp mag niet, dreigend, overbelast zijn;
De cliënt of de vertegenwoordiger, gewaarborgde regievoerder, kan instaan voor de kwaliteit van de geboden hulp;
Het type hulp, de frequentie van de geboden hulp, de duur van de hulp (tijdelijk of langere periode) en de benodigde continuïteit spelen een rol bij de afweging;
De mogelijkheid om vervangende ondersteuning in te kopen of is er passende ondersteuning in natura beschikbaar.
Artikel 10.
Regels voor pgb
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Voorst 2023