Naar hoofdinhoud
Het college verzamelt voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2 van de wet, alle van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie en maakt zo spoedig mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek. Het college brengt de cliënt op de hoogte van de mogelijkheid om een persoonlijk plan op te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen. Voor of tijdens het gesprek verstrekt de cliënt aan het college de gegevens en documenten die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De cliënt verstrekt in ieder geval op aanvraag een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage. Als de cliënt al bekend is bij de gemeente, kan het college in overeenstemming met de cliënt afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en derde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel