Het bestuursorgaan dat, dan wel de persoon die, de in artikelen 3 tot en met 5 van deze verordening benoemde bevoegdheden krijgt, is met betrekking tot die bevoegdheid tevens bevoegd tot:
verstrekken van informatie;
het voeren van correspondentie;
het verrichten van alle benodigde (voorbereidings)handelingen, waaronder in ieder geval:
het verdagen van de beslissing;
het direct afwijzen van een herhaalde aanvraag bij het ontbreken van nieuwe feiten en omstandigheden;
het plaatsen van publicaties (van aanvragen, ontwerpen, concepten e.d.);
het verzoeken om aanvullende gegevens, vertaling e.a.
het uitoefenen van de doorzendplicht c.q. de terugzendplicht;
het ondertekenen van de betreffende stukken in overeenstemming met artikel 7;
overige direct met de gemandateerde bevoegdheid samenhangende handelingen;
inschrijven in registers;
voor zover van toepassing bij de bevoegdheid;