**1..** Jeugdhulp is niet altijd de oplossing om een ontwikkelingsbedreiging af te wenden. Soms zijn andere vormen van hulp nodig. Daarom neemt de subsidieontvanger, wanneer deze jeugdhulp wil inzetten, contact op met de, in de betreffende casus, contactpersoon van de gemeentelijke toegang. Hoe staat in de afspraken zoals gemaakt rondom ‘Inzet jeugdhulp’.
**2..** De subsidieontvanger en de contactpersoon van de gemeentelijke toegang bekijken samen welke (jeugd)hulp passend is in de casus, voordat een jeugdhulpaanbieder is betrokken. Hierbij betrekken zij ook de eventuele mogelijkheden vanuit het lokale veld/voorliggende voorzieningen. Verwijzing vindt in principe enkel plaats naar door het RSJ IJsselland gecontracteerde jeugdhulpaanbieders.
**3..** Indien de subsidieontvanger en de contactpersoon van de gemeentelijke toegang het niet eens kunnen worden over de inzet van (jeugd)hulp, dan heeft de subsidieontvanger de doorslaggevende stem. De GI heeft immers verwijsbevoegdheid en is bekwaam om in te schatten welke hulp ingezet kan worden. Indien deze situatie zich voordoet, gaan de betreffende professionals hierna wel met elkaar in gesprek, al dan niet in het bijzijn van hun leidinggevende, om te bezien hoe dergelijke situaties in de toekomst voorkomen kunnen worden.
**4..** De subsidieontvanger maakt gebruik van het format voor de bepaling jeugdhulp zoals gepubliceerd op de website van het RSJ IJsselland.
**5..** De subsidieontvanger stuurt de bepaling jeugdhulp naar de betreffende jeugdhulpaanbieder en het door de betreffende gemeente opgegeven e-mailadres. In de cc wordt de contactpersoon van de gemeente meegenomen.
Hoofdstuk 2
Artikel 19
Verwijzing voor jeugdhulp
Onderdeel van Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen Regio IJsselland