Toekomstige ontwikkelingen kunnen invloed uitoefenen op de werkwijze, taakverdeling en capaciteitsbehoefte van de VTH-taken van de gemeente. Het is daarom als VTH-organisatie van belang om regionale en nationale ontwikkelingen bij te houden en te anticiperen op de (mogelijke) gevolgen.
Omgevingswet
Het huidige omgevingsrecht is verbrokkeld en verdeeld over tientallen wetten. Er zijn aparte wetten voor ruimtelijk toezicht, bodem, waterbeheer, milieu, mijnbouw, monumentenzorg, natuur, geluid, bouwen en infrastructuur. Deze verbrokkeling leidt tot afstemmings- en coördinatieproblemen en verminderde kenbaarheid en bruikbaarheid voor alle gebruikers. De Omgevingswet beoogt om te komen tot één afgestemd instrumentarium voor de integrale aanpak van nieuwe initiatieven en de duurzame ontwikkeling van de fysieke leefomgeving.
Om dit voor elkaar te krijgen zijn vier verbeterdoelen benoemd:
het vergroten van de inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht;
het bewerkstelligen van een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving;
het vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte door een actieve en flexibele aanpak mogelijk te maken voor het bereiken van doelen voor de fysieke leefomgeving;
het versnellen en verbeteren van besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving.
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werkt aan een nieuw stelsel voor bouwtoezicht in Nederland. Naar aanleiding van de adviezen van de Commissie Fundamentele vernieuwing van de bouw is op 27 november 2013 een brief naar de Tweede Kamer gestuurd met de beleidsvoornemens op hoofdlijnen. Kern is dat in de toekomst bouwpartners zelf hun kwaliteitsborging moeten regelen. Het bevoegd gezag kijkt naar welstand, ruimtelijke ordening en de veiligheid van derden; private partijen zorgen zelf voor het voldoen aan het Bouwbesluit. Preventief toetsen van het Bouwbesluit door de gemeente is niet meer nodig.
De invoering van de private kwaliteitsborging heeft dus gevolgen voor de gemeentelijke organisaties. Er komt een gefaseerde invoering van de private kwaliteitsborging. De kwaliteitsborging van groepen bouwwerken wordt in fasen overgebracht van de publieke sector naar de private sector. Door middel van kwaliteitssystemen borgt de opdrachtgever de bouwkwaliteit.
Op 18 april 2016 is door de regering het Wetsvoorstel kwaliteitsborging voor bouwen naar de Tweede Kamer gestuurd. Sindsdien zijn er diverse pilots uitgevoerd. Deze pilots leiden tot veel vragen, zorgen en onzekerheden. Op 29 juni 2018 heeft de minister de Eerste Kamer verzocht om de behandeling van het wetsvoorstel te hervatten. In haar verzoek benoemde ze de volgende kernpunten:
Zorgen zijn weggenomen;
Draagvlak is vergroot;
Aanpassing van het wetsvoorstel is niet nodig;
Diverse afspraken gemaakt met brancheorganisaties (voorwaarden ten behoeve van zorgvuldige invoering);
Invoering van het stelsel wordt gekoppeld aan de Omgevingswet (dus uitstel tot 2021).
Op deze brief is door de Vereniging BWT kritisch gereageerd. De Tweede Kamer heeft besloten om in debat te gaan met de minister over de wet, maar een exacte datum voor het debat is nog niet bekend.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.6
Toekomstige ontwikkelingen
Onderdeel van Beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 2023