**1..** De reclamebelasting wordt geheven per vestiging.
**2..** De heffingsmaatstaf is een vast bedrag per vestiging vermeerderd met een bedrag dat afhankelijk is van de voor de vestiging vastgestelde waarde voor het kalenderjaar.
**3..** Voor een vestiging als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, sub 1, is de heffingsmaatstaf een vast bedrag en een bedrag dat afhankelijk is van de waarde van de vestiging.
**4..** Voor een vestiging als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, sub 2, is de heffingsmaatstaf een vast bedrag en een bedrag dat afhankelijk is van de waarden die aan de vestiging kunnen worden toegerekend.
**5..** Bij de bepaling van de heffingsmaatstaf wordt buiten aanmerking gelaten de waarde van delen van de vestiging die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
**6..** Het vaste bedrag voor de reclamebelasting bedraagt € 199,23 per vestiging.
**7..** Voor zover de waarde van de vestiging meer bedraagt dan € 100.000,-, wordt het in het vorige lid genoemde bedrag vermeerderd met € 1,99 per € 1.000,- aan waarde.
**8..** De heffing bedraagt maximaal € 1.195,38 per vestiging.
**9..** Indien de vastgestelde waarde voor het betreffende jaar naar beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting.
Artikel 6
Maatstaf van heffing en belastingtarief
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting 2023