Naar hoofdinhoud
1.. De onderhoudsrechten, als bedoeld in hoofdstuk 4, onderdelen 4.3.1, 4.3.2, 4.3.3 en 4.3.2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, wordt voor de rechten als bedoeld in 4.3.1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel ontheffing verleend voor zoveel driehonderd vijfenzestigste gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle etmalen overblijven. 3.. In afwijking van het vorige lid wordt, voor de rechten als bedoeld in 4.3.1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt in verband met afkoop als bedoeld in onderdeel 4.3.2, 4.3.3 en 4.3.4 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, ontheffing verleend over het gehele belastingtijdvak. 4.. Alle andere rechten dan 4.3.1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. 5.. Indien de belastingplicht eindigt na dagtekening van het aanslagbiljet, kan de belastingplichtige een aanvraag tot ontheffing indienen bij de ambtenaar belast met de heffing.

Rechtspraak bij dit artikel