Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 13

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Utrechtse Heuvelrug 2023

1.. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1. van de Jeugdwet of artikel 2.3.6 van de Wmo. 2.. De hoogte van een pgb voor een Wmo-voorziening: wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt ingevuld pgb-budgetplan over hoe hij het pgb gaat besteden; wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud, en bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura. 3.. De hoogte van een pgb voor een jeugdhulp voorziening wordt vastgesteld aan de hand van een door de jeugdige en/of ouder(s) ingevuld pgb-budgetplan, waarin in ieder geval uiteen is gezet: welke jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort de jeugdige of zijn ouders van het budget willen betrekken; de motivatie waarom het natura-aanbod van de gemeente niet passend is; de voorgenomen uitvoerder van de individuele voorziening en de wijze waarop de jeugdhulp georganiseerd wordt; op welke wijze de kwaliteit van de jeugdhulp is gewaarborgd; de kosten van de uitvoering, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief; bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente tijdig beschikbare individuele voorziening in natura. 4.. De hoogte van een pgb voor een Wmo-voorziening wordt vastgesteld voor een zaak: op basis van de kostprijs van de zaak die de cliënt zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt en rekening houdende met een reële termijn voor de technische afschrijving en de onderhoudskosten; huishoudelijke hulp: HH1 en HH2: door een formele zorgaanbieder A of B: € 19,39 per uur in 2019 en daarna jaarlijks geïndexeerd met het indexeringspercentage voor een door de gemeente gecontracteerde aanbieder voor Wmo-begeleiding; HH1 en HH2 door een persoon uit het sociale netwerk: € 16,06 per uur in 2019 en daarna jaarlijks geïndexeerd met het indexeringspercentage voor een door de gemeente gecontracteerde aanbieder voor Wmo-begeleiding; individuele begeleiding, zowel basis als specialistisch: uitgevoerd door een formele zorgaanbieder A: op basis van het toepasselijke tarief per uur dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; uitgevoerd door een formele zorgaanbieder B: op basis van 80% van het toepasselijke tarief per uur dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; uitgevoerd door een persoon uit het sociale netwerk: op basis van 50% van het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; groepsbegeleiding en dagbesteding: uitgevoerd door een formele zorgaanbieder A: op basis van het toepasselijke tarief per uur dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; uitgevoerd door een formele zorgaanbieder B: op basis van 80% van het toepasselijke tarief per uur dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; kortdurend verblijf en respijtzorg: uitgevoerd door een formele zorgaanbieder A: op basis van het toepasselijke tarief per uur dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; uitgevoerd door een formele zorgaanbieder B of door een persoon uit het sociale netwerk: op basis van 80% van het toepasselijke tarief per uur dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; 5.. De tegemoetkoming voor een hulp uit het sociaal netwerk als bedoeld in artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 bedraagt maximaal € 141 per kalendermaand, voor zover van toepassing aangevuld met een tegemoetkoming voor schoonmaakmiddelen, levensmiddelen, kleding of reiskosten ten behoeve van de hulp overeenkomstig de door het college daarvoor vastgestelde bedragen. 6.. De hoogte van een pgb voor een Jeugdwet-voorziening wordt vastgesteld op: uitgevoerd door een formele zorgaanbieder A of B: 90% van het toepasselijke tarief per uur dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; uitgevoerd door een persoon uit het sociaal netwerk en indien sprake is van een tarief per dag of per dagdeel: 50% van het toepasselijke tarief dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; uitgevoerd door een persoon uit het sociaal netwerk en indien sprake is van een tarief per uur: het in het eerste lid van artikel 5.22 van de Regeling langdurige zorg genoemde gangbare tarief voor een persoon uit het sociale netwerk; 7.. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk als: vast staat dat deze in staat is tot het verrichten van de ondersteuning en zorg op kwalitatieve, doelmatige en veilige wijze; de ondersteuning aan de cliënt niet leidt tot overbelasting bij de persoon die de ondersteuning verleent: er op geen enkele wijze druk op de ontvanger van het pgb is uitgeoefend bij diens besluitvorming; het bij aangeboden jeugdhulp niet leidt tot voor de jeugdige onveilige situaties; de aangeboden jeugdhulp geen spoedeisende jeugdhulp is. 8.. De volgende kosten zijn uitgesloten voor vergoeding vanuit een pgb: kosten voor bemiddeling; kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers; kosten voor het voeren van een pgb-administratie; kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering; kosten voor vervoer.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel