Naar hoofdinhoud
1.. Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 8, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie en maakt vervolgens zo spoedig mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek. 2.. Voor of tijdens het gesprek verschaft de cliënt aan het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover de cliënt op dat moment redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. 3.. De cliënt verstrekt, in geval van een melding in het kader van de Wmo, in ieder geval een identificatie-documentatie als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage. Het college kan, in het geval van een melding in het kader van de Jeugdwet, om eenzelfde identificatiedocument verzoeken. 4.. Als de cliënt genoegzaam bekend is bij de gemeente, kan het college in overeenstemming met de cliënt, afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel