**1..** Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt:
**2..** Het aantal personen dat heeft overnacht, in een vaartuig met een vaste ligplaats gedurende de periode 1 januari tot en met 31 december bepaald op 2;
**3..** het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht:
ingeval verblijf wordt gehouden in een vaartuig met vaste ligplaats gedurende de periode van 1 januari tot en met 31 december, wordt bepaald op 4;
**4..** Het aantal vaartuigen als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op het aantal vaartuigen welke door de belastingplichtige bij aangifte uit de verhuuradministratie zijn opgegeven, dan wel blijken.
Artikel 6
– Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van de heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting Eijsden-Margraten 2023