Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2023

1.. Aanslagen moeten in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de invorderingswet 1990, worden voldaan binnen een maand na dagtekening van het aanslagbiljet. 2.. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt dat, ingeval een machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaalbedrag van de aanslag minimaal € 125 doch niet meer dan € 5.000 bedraagt, de aanslag moeten worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op of omstreeks de vijfentwintigste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de laatste termijn een maand later. 3.. De in het tweede lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn verleend wanneer een termijnen niet is betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen één maand na afschrijving is gestorneerd. Alsdan gelden de betaaltermijnen als bedoeld in het eerste lid. 4. . Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn lid 1, 2 en 3 van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. 5. . De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel