Naar hoofdinhoud

Artikel 4

De grondslag voor de subsidie

Onderdeel van Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie gemeente Veendam 2021

1.. Het college hanteert als maximum te vergoeden uurtarief het landelijk maximum uurtarief van de kinderopvangtoeslagregeling en volgt de jaarlijkse indexering aangegeven door het ministerie van SZW. 2.. Het college hanteert voor het VE-jaarbedrag de jaarlijkse indexering van het maximumuurtarief van de kinderopvangtoeslag 3.. De inkomensafhankelijke ouderbijdrage is gebaseerd op het door de kinderopvangaanbieder gehanteerde uurtarief en de (gecomprimeerde) VNG-adviestabel ouderbijdrage peuterwerk. 4.. De grondslag voor de subsidie is het werkelijk aantal peuters en het werkelijk aantal contracturen dat gebruik wordt gemaakt van een (VE-) peuterplaats. Naar rato van de plaatsingsperiode per (doelgroep) peuter, berekent het college de subsidiebedragen als volgt: Per bezette peuterplaats voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag minimaal 260 uren en maximaal 440 uren per jaar, vermenigvuldigd met het door de aanbieder gehanteerd uurtarief en minus de over deze uren in rekening gebrachte ouderbijdrage. Het subsidiebedrag per uur is nooit hoger dan het door het college vastgestelde maximum uurtarief. per doelgroeppeuter op een VE-peuterplaats, voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag maximaal 660 uren per jaar, vermenigvuldigd met het door de kinderopvangaanbieder gehanteerde uurtarief en minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage over 260- 320 uren per jaar. Het subsidiebedrag is nooit hoger dan het door het college vastgestelde maximum uurtarief. per doelgroeppeuter op een VE- peuterplaats voor ouders met recht op kinderopvangtoeslag minimaal 320 en maximaal 340 uren per jaar, vermenigvuldigd met het door de kinderopvangaanbieder gehanteerde uurtarief. Het subsidiebedrag per uur is nooit hoger dan het door het college vastgestelde maximum uurtarief. Over deze uren vragen ouders geen kinderopvangtoeslag aan. De doelgroeppeuter maakt naast deze uren nog tenminste 260 uren per jaar gebruik van de VE-peuterplaats. per doelgroeppeuter een forfaitair jaarbedrag voor de extra bijkomende werkzaamheden voor de pedagogisch beleidsmedewerker in de VE, ongeacht of de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. De pedagogisch beleidsmedewerker dient ingezet te worden ten behoeve van de kwaliteit van het aanbod van voorschoolse educatie, voor de norm van 10 uur per doelgroeppeuter per locatie per jaar. Deze norm is een rekenregel; het is dus niet zo dat de werkzaamheden van de pedagogisch beleidsmedewerker één op één zijn terug te brengen op 10 uur per doelgroepkind. Het totaal aantal voorgeschreven uren per locatie mag door de opvangorganisatie naar eigen inzicht worden ingezet, zolang de inzet gericht is op kwaliteitsverbetering van de beroepskrachten en het aanbod van de VE op de groepen waar doelgroepkinderen aan deelnemen. per geplaatste doelgroeppeuter een VE-jaarbedrag, ongeacht of de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Indien een doelgroeppeuter de VE-peuterplaats niet het gehele jaar bezet, wordt het VE- jaarbedrag naar rato verstrekt. 5.. Houders innen zelf de ouderbijdragen en zijn verantwoordelijk voor het risico van niet-betalers.

Rechtspraak bij dit artikel