Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Maatstaf van heffing en belastingtarief

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2023

1.. Indien de woning deel uitmaakt van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet WOZ en waarvoor op grond van hoofdstuk IV van die Wet voor die onroerende zaak een waarde is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerendzaakbelastingen, zoals die voor het belastingobject geldt voor het tijdvak waarover de forensenbelasting wordt geheven. 2.. De belasting als bedoeld in het eerste lid bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt 0,27%, met een minimum van € 378,00. Er is geen maximum bedrag. 3.. In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar een vast bedrag per woning, indien: de heffingsmaatstaf voor de onroerendzaakbelastingen waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld onder toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet WOZ of de woning geen deel uitmaakt van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet WOZ of geen heffingsmaatstaf voor de onroerendzaakbelastingen is of wordt vastgesteld. 4.. Het vaste bedrag als bedoeld in het derde lid bedraagt € 297,00 .

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel