Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.4

OMGEVINGSWET

Onderdeel van Beleidsregels Gids Buitenkans

Op Rijksniveau voegt de Omgevingswet de bestaande nationale versnipperde wetgeving voor de fysieke leefomgeving samen. Naar verwachting treedt de Omgevingswet in 2023 in werking. De toepassing van de Gids valt daarmee samen met de overgang van het bestaande stelsel van wetgeving (met onder meer de Wet ruimtelijke ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Wet milieubeheer) naar de allesomvattende Omgevingswet. Twee onderwerpen worden hier nader besproken. OMGEVINGSPLAN EN BELEIDSREGELS De Omgevingswet kent nieuwe instrumenten, die de bestaande planvormen van onder meer de Wet ruimtelijke ordening vervangen. Voor de Gids is met name de vervanging van het huidige bestemmingsplan van belang. Onder de Omgevingswet is het omgevingsplan een belangrijk instrument, dat behalve de ordening van de ruimte ook alle andere regels voor de fysieke leefomgeving gaat bevatten. In een overgangsperiode van het oude naar het nieuwe wettelijke stelstel vormen onder andere de huidige bestemmingsplannen tijdelijk gezamenlijk het nieuwe omgevingsplan, dat onder de Omgevingswet het hele grondgebied van de gemeente bestrijkt. De overgangsperiode loopt door tot eind 2029. Het gemeentelijke kader blijft daarmee hetzelfde, tot het moment dat de Gemeenteraad het omgevingsplan naar inhoud vernieuwd. In de overgangsperiode is de verhouding tussen het omgevingsplan en de Gids naar inhoud niet veel anders dan tussen de hiervoor geldende bestemmingsplannen en de Gids. Ze staan naast elkaar; de Gids voegt extra afwegingsregels toe. Onder de Omgevingswet ontstaat de mogelijkheid om een meer directe koppeling met de regels van de Gids aan te brengen. WERKWIJZE EN AANPAK De Omgevingswet gaat niet alleen over het samenvoegen van bestaande wetten. Een belangrijk uitgangspunt voor de nieuwe wet is de instelling waarmee initiatieven worden benaderd. Het beginsel is ‘Ja, mits’. Een initiatief is in beginsel mogelijk als voldaan wordt aan bepaalde vereisten. Die vereisten komen voort uit de balans tussen beschermen en benutten. Een initiatief wordt positief beoordeeld als in voldoende mate bescherming wordt gegeven aan kwetsbare functies zoals natuur, landschap en cultuurhistorie en rekening is gehouden met specifieke omstandigheden en belangen. De vier ontwikkelingsprincipes van de Visie landelijk gebied geven een handvat voor de toepassing van het ‘Ja, mits’-beginsel. De gemeente wil initiatiefnemers behulpzaam zijn door duidelijk te zijn over de stappen die een initiatiefnemer moet doorlopen en de begeleiding die de gemeente daarbij biedt. De Gids werkt de processtappen uit en geeft duidelijkheid over het beleid door voor veel voorkomende situaties kaders en handvatten te geven. Ook vraagt de Omgevingswet om aandacht voor participatie van de omwonenden en andere belanghebbenden. De voorwaarde die hiervoor wordt gesteld in de Omgevingswet, geldt ook voor nieuwe initiatieven onder de Gids Buitenkans. De Omgevingswet stimuleert dat een initiatiefnemer haar omgeving informeert en betrekt, maar stelt dat niet verplicht. Wel geeft de wet de mogelijkheid aan gemeenteraden om een lijst met gevallen vast te stellen waarvoor deze participatie wel verplicht is. De gemeenteraad van Enschede heeft het voornemen een dergelijke lijst vast te stellen. Vooruitlopend op de Omgevingswet wil de gemeente met de Gids Buitenkans al zoveel mogelijk werken in de geest van de Omgevingswet, zoals hiervoor is benoemd met het beginsel ‘Ja, mits’ en door te zorgen voor een soepel procesverloop, het bevorderen van participatie, zoeken naar balans tussen beschermen en benutten en het verbreden van ‘goede ruimtelijke ordening’ (Wet ruimtelijke ordening) naar het ruimere begrip ‘ kwaliteit van de fysieke leefomgeving - evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (Omgevingswet). Vanuit het motto ’eenvoudig beter’ van de Omgevingswet kunnen regels eenvoudiger en duidelijker worden gemaakt. Dat heeft bijvoorbeeld geleid tot het terugbrengen van twee in plaats van drie klassen voor de waardestelling van een gebouw in het landelijk gebied (wel of niet landschappelijke en cultuurhistorisch waardevol). Belangrijke voorwaarde bij de beoordeling van initiatieven is dat een plan leidt tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Naast de Gids stuurt het instrument KGO (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) van de provincie Overijssel op behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het Werkboek KGO (2010) bevat daarvoor handvatten en praktijkvoorbeelden (zie ook paragraaf 2.2). De provincie heeft nieuw beleid in voorbereiding. Het nieuwe beleid is in de toekomst van invloed op de ruimte voor de gemeente om eigen afwegingen te maken.

Rechtspraak bij dit artikel