Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.1.3

INWONING

Onderdeel van Beleidsregels Gids Buitenkans

HOOFDLIJN INWONING De gemeente staat inwoning, waarbij de bewoners voor een gedeelte voorzieningen delen, onder voorwaarde toe. Inwoning is bijvoorbeeld alleen toegestaan in een hoofdgebouw van voldoende omvang. Inwoning is geen opstap naar woningsplitsing. Inwoning komt van oudsher voor op het platteland. Het gaat om een of twee inwonende personen, waarbij kenmerkend is dat alle bewoners deel uitmaken van één huishouden. Denk bijvoorbeeld aan een opa die inwoont bij het gezin van een kind, of een kind dat inwoont bij zijn ouders in een gedeelte van de woning. Om inwoning te kunnen onderscheiden van onzelfstandige bewoning / kamerverhuur (zie 4.1.2) en het splitsen van een woning in meerdere zelfstandige eenheden (zie 4.1.1.), gelden de volgende eisen bij inwoning: De woning heeft één hoofdingang, van waaruit de verschillende leefruimten zijn te bereiken. De woning heeft geen afzonderlijke meterkast ten behoeve van de inwoning. De uiterlijke verschijningsvorm blijft één woning. De inwoonsituatie moet qua woonoppervlakte ondergeschikt zijn aan de oorspronkelijke woning. De (verblijfs-)ruimten op de begane grond en verdieping(en) moeten onderling vrij toegankelijk zijn. Ook is vrije toegang tussen de woning en de inwoonsituatie. Inwoning in een bijgebouw is niet toegestaan. Als de inwoonsituatie aan bovenstaande gevallen voldoet, dan blijft er sprake van één woning.

Rechtspraak bij dit artikel