Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.3

NIET-AGRARISCH WERKEN

Onderdeel van Beleidsregels Gids Buitenkans

HOOFDLIJN NIET-AGRARISCH WERKEN In principe geldt dat in het landelijk gebied geen plaats is voor bedrijven die op bedrijventerreinen thuishoren. Nieuwbouw van bedrijfsruimte en kantoren in het landelijk gebied is niet toegestaan. In vrijkomende bestaande gebouwen is alleen plek voor bedrijven die qua aard, schaal en impact passen in het landelijk gebied en geen overlast en (verkeers)hinder veroorzaken. Daarbij zal ook worden afgewogen of een niet-agrarisch bedrijf een toegevoegde waarde heeft voor een duurzaam en vitaal platteland. Door middel van een omgevingsvergunning kunnen afwijkende functies die niet toegestaan zijn binnen het omgevingsplan, maar wel passen in het landelijk gebied, worden toegestaan. Elke aanvraag zal worden beoordeeld op de (positieve) bijdrage aan de vitaliteit en levendigheid van het landelijk gebied en de te verwachten (negatieve) impact op de leefkwaliteit. Door de terugloop van het aantal landbouwbedrijven en de opkomst van andere bedrijvigheid verandert de economie in het landelijk gebied. De nieuwe bedrijvigheid bestaat uit nevenfuncties bij agrarische bedrijven, VAB-bedrijvigheid, de omvorming van agrarische bedrijven naar andersoortige bedrijvigheid, economische activiteiten in woonhuizen, waaronder de snelle opkomst van ‘thuiswerken’ onder invloed van Covid. Dit alles draagt bij aan de leefbaarheid van het platteland. Bij het al dan niet toestaan van niet-agrarische bedrijvigheid gaat het om de vraag of de activiteit past in het landelijk gebied en bijdraagt aan de vitaliteit en kwaliteit van de leefomgeving. Het landelijk gebied moet niet worden gezien als een goedkoop of makkelijk alternatief voor vestiging op een bedrijventerrein. De voorwaarden voor niet-agrarische bedrijvigheid in het landelijk gebied zijn: De functie moet ondergeschikt zijn aan Wonen of Agrarische bestemming. Enkel milieucategorie tot en met categorie 2 van de lijst van de VNG Bedrijven en Milieuzonering. Dat zijn kleinschalige bedrijven die passen binnen de definitie ambacht, dienstverlening, vergaderfaciliteiten, opleidingen, trainingen, aannemers, hoveniers, workshops, ateliers, workshops, beroepen aan huis, kleinschalige productiebedrijven, restaurateurs. Geen zware bedrijvigheid en milieubelasting, de gemeente bepaald of een initiatief past binnen deze categorie en de impact op de omgeving. Voor bedrijvigheid in hogere categorieën of buiten de genoemde definities, indien het ruimtelijk wenselijk c.q. aanvaardbaar is, kan maatwerk worden toegepast. Voor alle nieuwe bedrijvigheid geldt dat in principe geen opslag of andere bedrijfsactiviteit buiten de gebouwen mag plaatsvinden. Kleinschalig bedrijf met een beperkt aantal werknemers en bezoekers. Wat beperkt is hangt af van de locatie, impact op de omgeving en de infrastructuur. Op de ene plek kan de draagkracht bij maximaal 5 werknemers of maximaal 10 bezoekers per dag liggen. In andere gevallen zijn grotere aantallen inpasbaar. Gelegen in gebieden waar goede infrastructuur aanwezig is, de verkeers- aantrekkende werking is minimaal. Parkeren vindt plaats op eigen terrein. Hoofdactiviteit betreft geen opslag. Detailhandel is alleen toegestaan als ondergeschikte nevenactiviteit. Landschappelijke inpassing. Volledig bestaand aanwezig legaal opgericht bedrijfsgebouw mag benut worden. De kwaliteiten in een gebied kunnen onder meer op de volgende manier worden versterkt: Bestaande landschappelijke kenmerken behouden en waar mogelijk versterken door deze te verbinden met de nieuwe ontwikkeling. Versterken van ruimtelijke uitstraling en de beleefbaarheid en de toegankelijkheid vergroten. Vergroten van de biodiversiteit en natuurwaarden. Versterken van de duurzaamheid door de keuze van materialen en het besparen op of duurzaam opwekken van energie.

Rechtspraak bij dit artikel