Naast de integrale gebiedsaanpak staan initiatieven die wel buiten de kaders van deze Gids vallen, maar niet tot de ‘buitencategorie’ behoren waarvoor een integrale gebiedsaanpak wordt gevolgd. Het initiatief valt wel buiten de regels van het omgevingsplan en buiten de kaders van hoofdstuk 3 en 4 van deze Gids. Het kan zowel gaan om omvangrijke en complexe initiatieven als om kleine toevoegingen of aanpassingen. Voor al die grote en kleine initiatieven is de gemeenschappelijke noemer dat tenminste een vergunning nodig is, maar dat geen passende kaders (regels) beschikbaar zijn om het initiatief te kunnen beoordelen. Daarom is de beoordeling van deze initiatieven aangemerkt als ‘maatwerk’. De beoordeling vindt niet plaats door toetsing aan de regelingen en regels van hoofdstuk 3 en 4 van de Gids, maar door rechtstreeks na te gaan of het initiatief aansluit bij de doelen van het gemeentelijke beleid. De Visie landelijk gebied, andere gemeentelijke visies en diverse gemeentelijke beleidsdocumenten vormen de inhoudelijke maatstaf.
Van maatwerk is ook altijd sprake als een combinatie van regelingen uit hoofdstuk 3 en/of hoofdstuk 4 nodig is om het initiatief te beoordelen. De regels in de Gids zijn niet opgesteld en doordacht voor alle mogelijke combinaties van regelingen. Bij combinaties van regelingen gaat het vrijwel altijd om omvangrijk maatwerk. De procedure, die in hoofdstuk 2 van deze Gids staat beschreven, bestaat uit de stappen om tot goedkeuring (of afwijzing) van het initiatief te komen.
Bij de meest omvangrijke en complexe voorstellen zijn alle zes de stappen, inclusief vroegtijdige toetsing bij de Gemeenteraad, gewenst voor een zorgvuldige beoordeling van het maatwerkinitiatief. Bij kleinere initiatieven is tussentijds advies van de Gemeenteraad niet voorzien. Stap 3 kan dan worden overgeslagen. Dat is ook het geval bij een duidelijk precedent – als de Gemeenteraad eerder heeft ingestemd met een vrijwel identiek geval.
Het formele sluitstuk van de besluitvorming is het verlenen van een aangevraagde omgevingsvergunning, al dan niet na voorafgaande herziening van het bestemmings-/ omgevingsplan. Voor de kleine gevallen is geen herziening van het omgevingsplan nodig en kan een korte motivering bij de vergunningaanvraag volstaan.
Over de grens tussen een omvangrijk en een klein maatwerkinitiatief geeft paragraaf 5.1 meer informatie. Zoals gezegd is geen harde lijst beschikbaar, waar eenduidig uit blijkt welke procedure van toepassing is. Bij stapeling van verschillende regelingen (zoals Rood voor Rood en VAB), bij de wijziging van een bestemmingsplan en bij effecten die de erfgrens duidelijk te buiten gaan, zal veelal sprake zijn van een ‘omvangrijk’ initiatief. Vanuit het ‘ja, mits’-beginsel uit de Visie landelijk gebied is de insteek van de gemeente gericht op medewerking, waarbij het ‘mits’ aangeeft dat het initiatief de kwaliteit van het landelijk gebied niet mag aantasten. Voor de procedure betekent deze opstelling dat aan kleine initiatieven geen zware procedurele belemmeringen worden opgelegd. Voor een klein positief initiatief geldt een lichte procedure.
INHOUDELIJKE TOETSING
De hiervoor geschetste procedure is nodig om tot een goede en evenwichtige toetsing te komen, waarbij de inhoudelijke voor- en nadelen van het initiatief naast elkaar worden gezet. In algemene zin moeten het privébelang van de initiatiefnemer in evenwicht zijn met het algemeen belang van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Of anders gezegd: aan de ontwikkelingsruimte voor het realiseren van het initiatief worden voorwaarden gesteld om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te kunnen realiseren.
In alle gevallen gaat het daarbij minimaal om een goede ruimtelijke inpassing van de ontwikkeling zelf (basisinspanning). Bij ontwikkelingen (nieuw of uitbreiding van het bestaande) wordt, naast een investering in de ontwikkeling zelf, tegelijkertijd geïnvesteerd in de omgevingskwaliteit (aanvullende inspanning). Dit vanuit de gedachte dat een aantasting van de omgevingskwaliteit daarmee wordt voorkomen, of gecompenseerd. Het kan ook gaan om behoud van cultuurhistorische kwaliteiten, bijvoorbeeld door met de nieuwe ontwikkeling of functieverandering van een gebouw het beheer van een landgoed voor lange tijd te borgen. De bijdrage aan de omgevingskwaliteit is te zien als een tegenprestatie voor de geboden ontwikkelingsruimte. Voor de uitwerking moet per geval aan de hand van een ruimtelijke onderbouwing worden aangetoond of er sprake is van een balans tussen de geboden ontwikkelingsruimte en investeringen in de ruimtelijke kwaliteit. Per geval wordt door de gemeente beoordeeld of en wanneer het evenwicht bereikt is.
Bij de toetsing bij maatwerkinitiatieven kan de gemeente niet terugvallen op het bestemmingsplan of de regels uit hoofdstuk 3 en 4 van de Gids. Daarom toetst de gemeente rechtstreeks aan de Visie landelijk gebied. Daarbij kijkt de gemeente of het initiatief bijdraagt of past bij:
De vier ontwikkelingsprincipes (hoofdstuk 4 van de Visie).
Deze ontwikkelingsprincipes zijn: Versterken groenblauwe structuur, Vanuit het landschap ontwikkelen, Verbinden van stad en land, Vernieuwen: ruimtelijk, economisch, sociaal en bestuurlijk. Deze ontwikkelingsprincipes zijn toegelicht in paragraaf 1.2. van de Gids
Het beleid per thema (hoofdstuk 5 van de Visie).
Het gaat om de thema’s Groene Pijler (de gecombineerde kwaliteit van landschap, bodem, water, lucht, natuur, cultuurhistorie, beleving van stilte en duisternis), Landbouw, Landgoederen, Wonen, Recreatie & Toerisme, Niet-agrarisch werken, Verkeer & Vervoer, Leefbaarheid en energie. Voor elk van deze thema’s geeft de Visie een Analyse, de Ambitie en een Aanpak.
De opgaven (hoofdstuk 6 van de Visie)
De Visie landelijk gebied bevat twintig opgaven. Die zijn op te vatten als maatregelen om de ambities van de Visie concreet te maken. Initiatiefnemers worden uitgedaagd om bij hun initiatief één of meer van de opgaven te helpen invullen. De opgaven staan beschreven in de Visie en gaan over het realiseren van (1) bloemrijke akkerranden; (2) groen bij zonnevelden; (3) 170.000 bomen; (4) beheer van houtwallen en landschapselementen; (5) Twentse erven; (6) Afronding van natura 2000; (7) Duurzaam berm- en slootkantbeheer; (8) Educatie over het landelijk gebied; (9)Streekproducten; (10) Verduurzaming landbouw; (11) inzet van gemeentegrond voor verduurzaming; (12) Voedselbos; (13) Versterking recreatief- toeristische routes; (14) Toeristische overnachtingen; (15) Toekomst landgoederen; (16) Gemeentelijke monumenten; (17) Vermindering verstening; (18) Organische stof; (19) Water vasthouden; (20) Afname stikstofdepositie.
Aangezien de initiatieven sterk van elkaar zullen verschillen is het niet mogelijk om op voorhand aan te geven wat de uitkomst van de beoordeling van de gemeente is. Het proces is erop gericht om in overleg met de initiatiefnemer tot een evenwichtige invulling te komen vanuit het oogpunt van beschermen en benutten en met toepassing van de vier ontwikkelingsprincipes, het beleid voor de verschillende thema’s en de invulling van de opgaven die in de Visie landelijk gebied zijn vermeld. De inhoud van het Natuur- & Landschapsplan kan bijdragen aan het vinden van de juiste ‘kwaliteits’- maatregelen voor behoud en versterking van natuur, landschap en cultuurhistorie.
Waar dat zinvol is, kan ook een afdracht aan het Fonds landelijk gebied onderdeel uitmaken van de maatwerkoplossing. Met een bijdrage aan het Fonds landelijk gebied worden aanvullend op de inrichting van de locatie van het initiatief gelden beschikbaar gesteld om elders in het landelijk gebied maatregelen te treffen om de groene kwaliteit te versterken, zoals in de Visie landelijk gebied is aangegeven.
Aan initiatiefnemers wordt geadviseerd om samen met een adviseur een plan op te stellen met daarin een voorstel op welke wijze wordt geïnvesteerd in de omgevingskwaliteit (aanvullende inspanning). De gemeente bepaalt wanneer het evenwicht is bereikt en wanneer zij naast de basisinspanning met een erfinrichtingsplan en beeldkwaliteitsplan medewerking wil verlenen aan een initiatief.
De provincie Overijssel heeft een overzicht gemaakt van allerlei inmiddels uitgevoerde projecten in het landelijk gebied. Laat je inspireren door de mogelijkheden in Overijssel door www.buitenkansenoverijssel.nl te bezoeken.