Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 7

Artikel 11.

Criteria pgb

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Schiedam 2023

1.. Het verstrekken van een individuele voorziening in de vorm van een pgb is voorbehouden aan het college. 2.. Een jeugdige of zijn ouders komen slechts voor een pgb in aanmerking indien wordt voldaan aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 8.1.1 van de wet en de criteria als genoemd in artikel 10 en in dit artikel. 3.. De jeugdige of zijn ouders dienen, nadat zij hebben aangegeven de individuele voorziening in de vorm van een pgb te willen ontvangen, gebruik te maken van een door het college vastgestelde pgb-formulier. 4.. Het pgb-formulier moet volledig worden ingevuld en een budgetplan bevatten waarin is aangegeven hoe het pgb wordt besteed en welke resultaten met de in te kopen zorg worden beoogd. Het pgb-formulier is onderdeel van het ondersteuningsplan. Een beschikking als bedoeld in artikel 8, vierde lid wordt pas afgegeven indien het pgb-formulier volledig is ingevuld en ondertekend. Indien nodig wordt de beslistermijn opgeschort. 5.. De budgethouder moet in staat zijn tot een redelijke waardering van de belangen terzake en in staat zijn de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. Hiervoor gelden de volgende criteria: de budgethouder heeft aantoonbaar inzicht in de problemen waarvoor het pgb wordt ingezet en met welke ondersteuning de problemen kunnen worden weggenomen of verminderd; de budgethouder is in staat te kiezen voor een zorgaanbieder die een passend en op de zorg afgestemd zorgaanbod kan doen; de budgethouder is in staat een overeenkomst aan te gaan met een zorgaanbieder; de budgethouder is in staat de zorgverlener daar waar nodig aanwijzingen te geven en aan te sturen; en de budgethouder is in staat een deugdelijke administratie bij te houden. 6.. De jeugdige of zijn ouders kunnen bij het invullen van het pgb-formulier en het budgethouderschap worden ondersteund door iemand uit het sociaal netwerk, een curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde, gecertificeerde instelling of aanbieder van gesloten jeugdhulp. 7.. Om vast te stellen of de jeugdige of zijn ouders voldoende gemotiveerd hebben dat de door de gemeente ingekochte voorzieningen in natura niet passend zijn, zoals bedoeld in artikel 8.1.1, tweede lid onder b van de wet, moeten zij aantonen dat zij zich voldoende georiënteerd hebben op de voorzieningen in natura. De reden van het niet passend zijn, kunnen onder meer gelegen zijn in het feit dat: de benodigde ondersteuning niet goed vooraf is in te plannen; de benodigde ondersteuning op ongebruikelijke tijden geleverd moet worden; de benodigde ondersteuning op veel korte momenten per dag moet worden geboden; de benodigde ondersteuning op verschillende locaties geleverd moet worden; het noodzakelijk is om 24-uurs ondersteuning op afroep te organiseren; het door de aard van de beperking noodzakelijk is dat de hulp door een vaste hulpverlener wordt geboden, of de voorzieningen in natura niet passen bij de eigen levens- of geloofsovertuiging. 8.. De jeugdige of zijn ouders dienen, conform artikel 8.1.1, tweede lid onder c van de wet, aan te tonen dat de in te kopen zorg van goede kwaliteit is, zodat de gestelde doelen en te bereiken resultaten in het ondersteuningsplan kunnen worden gerealiseerd. 9.. De jeugdhulpaanbieder, waarbij de aanvrager de zorg wil inkopen, dient te voldoen aan de kwaliteitseisen zoals genoemd in artikel 4.1.1 tot en met 4.1.9 van de wet. 10.. Indien de hulp wordt betrokken van iemand uit het sociaal netwerk, die niet behoort tot de eerste graad van bloedverwantschap, is in ieder geval een VOG vereist die niet ouder is dan drie maanden. 11.. De volgende kosten zijn uitgesloten voor vergoeding vanuit het pgb: kosten voor bemiddeling; kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers; kosten voor het voeren van een pgb-administratie; kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering. 12.. Het college kent geen vrij besteedbaar bedrag toe vanuit het pgb.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel