Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 9

Artikel 15.

Herziening, intrekking of terugvordering

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Schiedam 2023

1.. Degene aan wie krachtens deze verordening een individuele voorziening is verstrekt, is verplicht op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening. 2.. Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, herzien of intrekken als het college vaststelt dat: de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening zijn aangewezen; de individuele voorziening niet meer toereikend is; de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening; of de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening en het daarmee samenhangende pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd. 3.. Als het college een besluit op grond van het tweede lid heeft herzien of ingetrokken, kan het college de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb terugvorderen. 4.. Een besluit tot het verstrekken van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het budget binnen zes maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor het pgb is verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel