**1..** Uitgangspunt is dat de jeugdige of zijn ouders zelf verantwoordelijk zijn voor het vervoer van de jeugdige naar een locatie waar jeugdhulp wordt geboden.
**2..** Indien de jeugdige vanwege een medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid niet zelfstandig kan reizen én de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van zijn ouders ontoereikend zijn om zelf voor het vervoer te zorgen of te laten zorgen, kan een vervoersvoorziening worden verstrekt.
**3..** Bij het beoordelen van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders worden de (financiële) draagkracht en belastbaarheid van de ouders én de mogelijkheden en bereidheid van iemand uit het sociaal netwerk om de jeugdige te vervoeren, meegewogen.
**4..** Als aan de voorwaarden voor het vervoer is voldaan, wordt beoordeeld welke (combinatie van) vervoersvoorziening(en) het meest passend is.
**5..** De volgende vervoersmogelijkheden zijn in volgorde van afweging mogelijk:
vervoer geregeld door de jeugdhulpaanbieder;
kilometervergoeding op basis van de hoogte van de belastingvrije kilometervergoeding voor reiskosten;
een vergoeding voor openbaar vervoer voor de jeugdige en een volwassen begeleider op basis van de kosten van een maand- of jaarabonnement;
taxivervoer als een vervoersvoorziening als genoemd bij a tot en met c niet mogelijk is of indien dit goedkoper is.
**6..** Wanneer een jeugdige een vervoersvoorziening ontvangt, kan de vervoersvoorziening worden verstrekt in combinatie met een training ‘zelfstandig leren reizen’.
** 7. .** Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening kan het college na overleg met de jeugdige en zijn ouders een bekostiging verstrekken voor een passende voorziening tot maximaal de kosten van het vervoer waarop op grond van artikel 14 aanspraak bestaat.
**8..** De noodzaak voor een vervoersvoorziening wordt opgenomen in het ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 8.