Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van leges 2023

Leges worden niet geheven voor: diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald; diensten die ingevolge wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend; het afgeven van bewijzen van onvermogen; het afgeven van stukken nodig voor de ontvangst van pensioenen, lijfrenten, wachtgelden, loon en bezoldiging; de aan belanghebbende uitgereikt wordende beschikking of afschrift daarvan, houdende een beslissing op een aanvraag subsidie van de gemeente; openbare besturen, ambtenaren of instellingen voor de diensten door hen in het openbaar belang verzocht met uitzondering van de leges genoemd in de hoofdstukken 5 en 6 en hoofdstuk 18, onderdeel 18.6.4, van de tarieventabel en voor zover daarin niet reeds op andere plaatsen in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel is voorzien. Het in behandeling nemen van een aanvraag van een stichting of vereniging van sociale, pedagogische, sportieve, charitatieve, educatieve en/of culturele aard voor een beschikking waarvan het gebruik bijdraagt aan de cohesie in de gemeenschap en/of waarvan de opbrengsten aangewend worden om de continuïteit van de eigen activiteiten te waarborgen. Enkel verenigingen en stichtingen waarvan uit de statuten de sociale, pedagogische, sportieve, charitatieve, educatieve en/of culturele doelstelling blijkt, komen in aanmerking voor deze vrijstelling. Verenigingen en stichtingen met een commercieel doel in de statuten worden uitgesloten van de vrijstelling. De aanvrager dient op het aanvraagformulier aan te geven dat de organisatie en de activiteit voldoen aan de hierboven gestelde voorwaarden.

Rechtspraak bij dit artikel