Naar hoofdinhoud
Om voor een vrijlating van inkomsten als bedoeld in artikel 1 in aanmerking te komen, moet er in ieder geval sprake zijn van het volgende: De belanghebbende ontvangt inkomsten uit deeltijdarbeid, waarbij de werkzaamheden na de ingangsdatum van de uitkering zijn begonnen. De belanghebbende die bij de inwerkingtreding van deze beleidsregel inkomsten uit deeltijdarbeid heeft, heeft recht op vrijlating voor de duur van maximaal 6 maanden. Belanghebbende moet wel voldoen aan alle overige voorwaarden zoals genoemd in deze beleidsregel. De inkomstenvrijlating als bedoeld in artikel 1, gaat in op de eerste dag van de maand waaraan de inkomsten moeten worden toegerekend. Voor toepassing van de inkomstenvrijlating als bedoeld in artikel 1, dienen de inkomsten uit arbeid in deeltijd samen met andere inkomstenbestanddelen, niet hoger te zijn dan de toepasselijke bijstandsnorm of grondslag. Als inkomsten uit arbeid in deeltijd worden mede aangemerkt: doorbetaling van loon door de werkgever tijdens ziekte; een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg of de Ziektewet in verband met zwangerschap en bevalling. Het recht op inkomstenvrijlating wordt ambtshalve vastgesteld. Het college bepaalt, als dit noodzakelijk is, welke gegevens een belanghebbende voor de vaststelling van het recht op een inkomstenvrijlating moet verstrekken, alsmede de wijze en het tijdstip waarop hij de gegevens moet verstrekken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel