Om voor een vrijlating van giften als bedoeld in artikel 1 in aanmerking te komen, moet er in ieder geval sprake zijn van het volgende:
Giften, in geld of in natura of anderszins, als bedoeld in artikel 31 tweede lid, onder m, van de Participatiewet worden vrijgelaten tot een bedrag van maximaal € 1.200,- per kalenderjaar.
de vrijlating geldt per uitkering en niet per uitkeringsgerechtigde. Een echtpaar heeft gezamenlijk recht op vrijlating tot € 1.200,- per jaar, niet per persoon;
ingeval de gift is verstrekt in natura, wordt de waarde van deze gift vastgesteld op de waarde in het economische verkeer bij vrije oplevering;
de vrijlating wordt toegerekend aan het kalenderjaar (1 januari tot en met 31 december). Indien belanghebbende gedurende het kalenderjaar minder dan € 1.200,- aan giften heeft ontvangen, dan mag het restant niet worden meegenomen naar het volgende jaar;
bij een overschrijding van het vrij te laten bedrag zoals bepaald in lid 1, wordt bij een gift het meerdere in aanmerking genomen. De wijze waarop wordt van geval tot geval beoordeeld;
voor alle giften die een belanghebbende ontvangt, blijft de inlichtingenplicht ongewijzigd van kracht, zoals bedoeld in artikel 17 van de Participatiewet.
deze beleidsregels komen in de plaats van hetgeen is opgenomen in de Uitvoeringsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ 2020 onder artikel 5.2. Giften. Dit artikel komt hiermee te vervallen.
Artikel 4
Vrijlating giften
Onderdeel van Beleidsregels inkomstenvrijlating Participatiewet, IOAW en IOAZ Eemsdelta 2023