Bij het werken in grond moet de werkgever voor de uitvoeringsfase een V&G-plan (Veiligheid & Ge- zondheid) maken. De CROW 400-richtlijn voor veilig en risicogestuurd werken in en met verontreinigde bodem is een veel gebruikte richtlijn om de risico’s te bepalen. De te hanteren veiligheidsklasse mag worden bepaald aan de hand van de 80-percentielwaarde (P80) uit een vastgestelde bodemkwaliteitskaart door deze te toetsen aan de SRCarbo -waarden. Uit de toetsing (zie technische rapportage R003- 1273092EVF-V03-baw-NL) blijkt dat de SRC-waarden vele malen hoger zijn dan de P80 van alle zones in de bodemkwaliteitskaart. Er volgt hieruit dus geen veiligheidsklasse. Dit betekent dat alleen de maatregelen die horen bij de basishygiëne van toepassing zijn. Net als bij grondverzet dient eerst middels vooronderzoek (NEN 5725, aanleiding G) te worden vastgesteld dat gebruik mag worden gemaakt van de bodemkwaliteitskaart voor de betreffende locatie (zie paragraaf 5.6).
Bij het aantreffen van asbest in of op de bodem tijdens de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met speciale maatregelen die moeten worden getroffen in het kader van de Wet bodembescherming en het Arbeidsomstandighedenbesluit.
Opgemerkt wordt dat de militaire oefenterreinen uitgesloten zijn van de bodemkwaliteitskaart. Daarmee is de kaart voor deze zones ook niet geschikt voor het bepalen van de veiligheidsklasse. Indien er vanuit het grondverzet geen aanleiding is voor onderzoek (bijvoorbeeld bij tijdelijke uitname) dient alsnog onderzoek plaats te vinden ter bepaling van de veiligheidsklasse.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.7
Veiligheidsklasse conform CROW 400
Onderdeel van Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart regio Noord-Veluwe