De bodemkwaliteitskaart is één van de bewijsmiddelen om partijen grond eenvoudig en betrouwbaar toe te kunnen passen. In het generieke toetsingskader wordt het gemiddelde van de waarnemingen getoetst aan de normen om zo de kwaliteitsklasse te bepalen. In de vorige kaart is dan ook gebruik gemaakt van het gemiddelde voor karakterisering van de zones. Bij heterogene kwaliteitszones (zoals oude kernen) of parameters die heterogeen voorkomen, brengt het gebruik van het gemiddelde bij de vaststelling van de kwaliteit van de te ontgraven grond risico’s met zich mee. Dit risico bestaat uit het vrijkomen en toepassen van grond met een slechtere kwaliteit dan staat aangegeven op de bodemkwaliteitskaart.
Om dit risico te beperken is gebruik gemaakt van de ruimte in het Besluit bodemkwaliteit, om de bodemkwaliteit vast te stellen op basis van de 80-percentielwaarde (P80). De P80 is de waarde waar 80 % van de beschikbare meetwaarden onder ligt. Het gebruik van de P80 boven het generieke gemiddelde bij de beschrijving van de bodemkwaliteit heeft als voornaamste effect dat de bodemkwaliteitskaart in een groter aantal gevallen aansluit bij de daadwerkelijk aanwezige milieuhygiënische kwaliteit van de vrijkomende grond.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2
P80
Onderdeel van Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart regio Noord-Veluwe