De bodemkwaliteitskaart mag ook gebruikt worden voor het bepalen van de veiligheidsklasse conform de CROW 400. De bepalingen hierover vallen niet onder het Besluit bodemkwaliteit, maar onder de Arbo-wetgeving. De werkwijze is vergelijkbaar met het bepalen van de kwaliteitsklasse: de P80 dient te worden getoetst aan de risiconormen (SRCarbo-waarden). Dit is gedaan voor alle zones en bodemlagen die niet uitgesloten zijn. Hieruit blijkt dat voor geen van de zones en bodemlagen een veiligheidsklasse van toepassing is. In die gevallen gelden de maatregelen voor basishygiëne.
Dit geldt alleen voor de stoffen die opgenomen zijn in deze kaart (standaardpakket en PFAS). Mocht uit het vooronderzoek blijken dat een locatie verdacht is op het voorkomen van andere stoffen, bijvoorbeeld asbest, dan kan de veiligheidsklasse wijzigen.
Ook dient er (vergelijkbaar met grondverzet) een vooronderzoek conform de NEN 5725 te worden gedaan om te bepalen of de kaart gebruikt mag worden voor de betreffende locatie. De NEN 5725 kent hier de onderzoeksaanleiding G: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overig projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van arbeidshygiënische risico’s.
De te beantwoorden vragen zijn:
Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende?
Welke bodemkwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden?
Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de kritische parameters?
Is de bodem asbestverdacht?
Is er een vermoeden dat op basis van beschikbare voorinformatie werkzaamheden plaatsvinden binnen een geval van ernstige bodemverontreiniging?
Is de bodem sterk verontreinigd (boven interventiewaarde)?
Indien uit het vooronderzoek volgt dat de bodemkwaliteitskaart gebruikt kan worden, kan op basis hiervan de veiligheidsklasse bepaald worden. Mochten er tijdens de werkzaamheden afwijkingen worden aangetroffen van hetgeen dat het vooronderzoek uitgewezen heeft, dan vervalt de geldigheid van de bodemkwaliteitskaart alsnog en dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.6
Veiligheidsklasse conform CROW 400
Onderdeel van Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart regio Noord-Veluwe