Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4:

Artikel 11.

Algemene regels voor pgb

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Berg en Dal 2023

1.. De cliënt die een pgb wenst, motiveert schriftelijk in het pgb-plan (artikel 1 onder v), rekening houdend met het bepaalde in de artikelen 12, 13 en 14: waarom hij op eigen kracht voldoende in staat is tot een redelijke waardering van de belangen ter zake, of met hulp uit zijn sociale netwerk of van een derde in staat is de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; waarom hij de maatwerkvoorziening in het kader van de Wmo 2015 als een pgb wenst geleverd te krijgen of waarom hij een maatwerkvoorziening in het kader van de Jeugdwet in natura niet passend acht; hoe naar zijn mening gewaarborgd is dat de maatwerkvoorziening veilig, doeltreffend, van goede kwaliteit en cliëntgericht is. Als de beoogde voorziening niet voldoet aan de door het college gestelde veiligheids- en kwaliteitseisen, dan motiveert cliënt in het pgb-plan waarom de voorziening van gelijkwaardig niveau is. In geval van diensten, waarbij de dienstverlener in contact kan komen met personen jonger dan achttien jaar, moet degene die de diensten verleent voor aanvang van de dienstverlening over een actuele verklaring omtrent het gedrag beschikken (artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens), met uitzondering van familieleden in de eerste en tweede graad en degenen die incidentele ondersteuning bieden; hoe naar zijn inzicht met het pgb invulling wordt gegeven aan de onderdelen van de in het onderzoeksverslag (artikel 5) geformuleerde doelen, te behalen resultaten en daaraan verbonden activiteiten en evaluatiemomenten. Hierbij maakt hij inzichtelijk wie wat in de activiteiten kan doen (sociaal netwerk, school, algemene voorziening) en voor welke activiteiten een maatwerkvoorziening nodig is. Deze activiteiten kunnen vervolgens worden gespecificeerd in tijd en frequentie per week. De activiteiten en doelen zijn dan ook de basis voor de (periodieke) evaluatie met de budgethouder; dat voldaan is aan het gestelde in de artikelen 8a. Desgevraagd onderbouwt de budgethouder dit met bewijsstukken; voor zover het beschermd wonen of beschermd thuis betreft: een uiteenzetting van de kosten voor begeleiding, inclusief aanvullende specialistische begeleiding en dagbesteding. 2.. De cliënt jonger dan 18 jaar wordt geacht niet in staat te zijn de aan het pgb verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te kunnen voeren. 3.. Het tarief voor een pgb: is gebaseerd op het door de cliënt opgestelde pgb-plan; is toereikend om een effectieve en kwalitatief goede maatwerkvoorziening in te kopen; wordt afgestemd op de verschillende vormen van ondersteuning en de verschillende typen hulpverleners; voor een zaak wordt bepaald op ten hoogste de kostprijs van de zaak die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt; voor dienstverlening is opgebouwd uit verschillende kostencomponenten, zoals salaris, vervanging tijdens vakantie, verzekeringen en reiskosten; voor beschermd wonen omvat mede het schoonmaken van appartement of kamer en gemeenschappelijke ruimten; is een all-in tarief: buiten het pgb-plan is geen verantwoordingsvrij bedrag. 4.. Het pgb kan worden aangevuld met een vergoeding voor onderhoud, reparatie en verzekering van een hulpmiddel voor zover onderhoud en verzekering door het college wordt verlangd en het nog geen onderdeel is van het pgb. 5.. Het pgb wordt uitsluitend gebruikt voor kosten die noodzakelijk zijn door de hulpvraag van de cliënt. De volgende kosten zijn in ieder geval uitgesloten: kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers; kosten voor bemiddeling; kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van het pgb; huur; eten en drinken; eigen bijdrage ; feestdagenuitkering; eenmalige uitkering; extra kosten wanneer er via een acceptgiro wordt gefactureerd; contributie voor het lidmaatschap van Per Saldo, kosten voor het volgen van cursussen over het pgb en kosten voor het bestellen van informatiemateriaal; zorg en ondersteuning die onder een andere wet vallen dan de wet op grond waarvan het pgb is verstrekt; zorg en ondersteuning die onder een algemene voorziening en/of algemeen gebruikelijke voorziening vallen; zorg die kwalificeert als een behandeling, met uitzondering van jeugdhulp; ondersteuning bij inkopen buiten EU-landen. 6.. Een pgb moet door de cliënt binnen zes maanden na toekenning worden ingezet voor het resultaat waarvoor het is verstrekt. 7.. Na overlijden van een budgethouder, kan de achterblijvende partner indien nodig nog maximaal 6 weken gebruik blijven maken van de dienstverlening die uit het pgb wordt bekostigd. 8.. Het college kan nadere regels stellen over de hoogte van het pgb. Het college besluit jaarlijks over indexering van de verschillende bedragen, genoemd in de financiële bijlage.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel