Zoals in 5.2.1 beschreven is de keuze voor een profiel mede afhankelijk van de aard van de beperking die van invloed is op de ondersteuningsvraag. De beschrijving welke het meest bepalend is voor de ondersteuningsvraag en passend is bij het te behalen resultaat wordt gekozen als aard van de beperking.
Er zijn vijf mogelijkheden welke op basis van ondersteuningsbehoefte zijn gegroepeerd in drie categorieën, te weten:
’Mentale problematiek’ of ‘lichamelijke aandoening met verbeteringsmogelijkheden’
‘Psychogeriatrie’ of ‘Verstandelijke beperking’
‘Lichamelijke aandoening zonder verbeteringsmogelijkheden’
De definities van de categorieën zijn als volgt beschreven:
Mentale problematiek: de ondersteuningsbehoefte komt voort uit psychische of psychosociale problematiek en is erop gericht om de zelfredzaamheid en participatie hieromtrent te behouden of verbeteren.
Lichamelijke aandoening met verbeteringsmogelijkheden (voorheen somatisch): de ondersteuningsbehoefte komt voort uit een lichamelijke ziekte of aandoening waarbij er nog mogelijkheden zijn tot verbetering en/of genezing door medische of paramedische behandeling. De ondersteuningsbehoefte kenmerkt zich door ontwikkelingsmogelijkheden door behandeling.
Psychogeriatrie: de ondersteuningsbehoefte komt voort uit een ziekte, aandoening of stoornis van de hersenen, m.n. als gevolg van ouderdom. Vaak is er sprake van problemen met het denkvermogen, gevoelsleven, intellect, het geheugen en de zelfredzaamheid of afname van motorische functies.
Verstandelijke beperking: de ondersteuningsbehoefte komt voort uit de beperkte verstandelijke vermogens van de cliënt. Het verlaagde IQ hoeft niet met een officiële test vastgesteld te zijn. De problematiek kenmerkt zich door chronische beperkingen in de (sociale) zelfredzaamheid, leerproblemen en/of gedragsproblemen gedurende de gehele levensloop van de cliënt.
Lichamelijke aandoening zonder verbeteringsmogelijkheden (voorheen Lichamelijke beperking): De ondersteuningsbehoefte komt voort uit een ziekte of aandoening als gevolg van stoornissen van het zenuwstelsel (bijv. bij hersenletsel) en/of het bewegingsapparaat (bot/spierstelsel, gewrichten en bindweefsel), waarbij geen of nauwelijks functionele verbetering meer mogelijk is. Er is sprake van een permanente situatie.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.2
Artikel 5.2.1.1
Aard van de beperking
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Weert 2023