De commissie bestaat uit maximaal vijf leden, de voorzitter daaronder begrepen. De raad kan daarnaast maximaal zeven plaatsvervangende leden benoemen die leden bij afwezigheid kunnen vervangen. Op volgorde van hun eigen benoeming komen de plaatsvervangende leden in aanmerking om afwezige leden te vervangen.
De leden en de plaatsvervangende leden worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.
De commissie telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg.
De disciplines die de gezamenlijke leden vertegenwoordigen zijn: cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, natuur en landschap, stedenbouw, duurzaamheid, architectuur en archeologische monumentenzorg.
In afwijking van lid 2 kan de raad één lid en/of een of meer plaatsvervangende leden benoemen die niet zijn opgeleid voor de professionele disciplines van omgevingskwaliteit maar die wel meerjarig blijk hebben gegeven van hun betrokkenheid bij een of meer van zulke disciplines alsook van maatschappelijke kennis en ervaring.
De leden en de plaatsvervangende leden zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur.
Niettegenstaande het eerste en tweede lid kan het college surnumeraire plaatsvervangende leden benoemen met het oog op de beeldkwaliteit van een ontwikkelgebied. De werkzaamheden van deze plaatsvervangende leden hebben hoofdzakelijk betrekking op initiatieven en aanvragen voor het betreffende ontwikkelgebied. Op deze plaatsvervangende leden is het voorgaande lid niet van toepassing.
Hoofdstuk 2.
Artikel 5.
Samenstelling
Onderdeel van Verordening adviescommissie omgevingskwaliteit Meierijstad