In het kader van het voorkomen dat de woon- en leefsituatie en de openbare orde op een nadelige wijze wordt beïnvloed dienen de ondernemers of de bestuurders van de rechtspersoon dat het horecabedrijf exploiteert (hierna: de ondernemer):
niet onder curatele of bewind te staan;
niet in enig opzicht van slecht levensgedrag te zijn;
de leeftijd van 21 jaar te hebben bereikt.
Indien de ondernemer niet aan bovenstaande eisen voldoet kan de vergunning worden geweigerd.
Toelichting
De achtergrond is dat de ondernemer van het horecabedrijf verantwoordelijk is voor een goede gang van zaken in het bedrijf en diens directe omgeving. Bovengenoemde eisen gelden om de beroepsuitoefening in goede banen te leiden en met het oog op een (maatschappelijk) verantwoorde beroepsuitoefening. De eisen hebben betrekking op de geschiktheid van de ondernemer/bestuurder voor deze beroepsuitoefening, zij hebben te maken met de aard van de bedrijvigheid en met de functie die de ondernemer daarin vervult.
Voor de toets van het levensgedrag wordt advies uitgezet bij politie. Bij de beoordeling van het levensgedrag worden dezelfde uitgangspunten genomen als bij de beoordeling van het levensgedrag in het kader van een vergunning of ontheffing ingevolge de Drank- en horecawet.
Dit betekent dat een ondernemer of bestuurder van een rechtspersoon in ieder geval niet van goed levensgedrag is wanneer hij niet voldoet aan eisen uit het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en horecawet 1999.
Verder wordt, overeenkomstig de Drank- en horecawet, bij de beoordeling van het levensgedrag gekeken naar concrete feiten en omstandigheden in een bepaald geval en wordt uitgegaan van de bestaande jurisprudentie op het moment van besluiten.1 Artikelsgewijs commentaar op artikel 8 DHW: De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in de uitspraak van 6 februari 1986, Ro3.85.0791, een duidelijk “beleidscriterium” vastgesteld. Zij stelt voorop dat weliswaar opvattingen omtrent zedelijkheid in de loop van de tijd aan verandering onderhevig kunnen zijn, doch dat tot slecht levensgedrag ingevolge de Drank- en horecawet ten minste dient te worden gerekend een gedrag dat als misdrijf strafbaar is gesteld.
De leeftijdsgrens van 21 jaar voor de ondernemer biedt in het algemeen een betere waarborg dan een leeftijd van 18 jaar voor een goede bedrijfsvoering met het oog op de openbare orde en het woon- en leefklimaat. Hiermee wordt dezelfde eis gesteld die krachtens de Drank- en horecawet ook geldt voor leidinggevenden in alcoholverstrekkende bedrijven.
Artikel 3.1
Eisen aan de ondernemers/bestuurders
Onderdeel van Horeca-exploitatievergunningenbeleid gemeente Diemen 2012