Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.1

Nederlandse praktijkrichtlijn

Onderdeel van Beleidsplan Openbare Verlichting

In Nederland gelden geen wettelijke voorschriften voor het aanbrengen van openbare verlichting. Over het algemeen wordt de Richtlijn Openbare Verlichting 2011 (ROVL 2011) als leidraad gehanteerd. Deze richtlijn is gebaseerd op Europese normen. In jurisprudentie wordt vaak verwezen naar de ROVL 2011 als maatgevende richtlijn. Belangrijk uitgangspunt van de ROVL 2011 is dat het wegtype bepaalt hoe het gebied verlicht moet worden. Daarbij wordt gekeken naar typische kenmerken van de weg of het gebied en de intensiteit van het gebruik. Ook complexiteit van het wegbeeld, misdaadrisico, gezichtsherkenning en al aanwezige lichtbronnen (de zogenaamde omgevingsverlichting) spelen een rol bij het bepalen van het type verlichting en vereiste lichtbeeld. In onderstaande tabel worden globaal de waarden uit de ROVL 2011 weergegeven. Lichtklasse Toepassing Eh (horizontale verlichtingssterkte) Uh (gelijkmatigheid: Ehmin/Ehgem) S2, ME4 Ontsluitingswegen, industriegebieden 10 lux 0,3 S3, ME5 Ontsluitingswegen, Centrum, industriegebieden 7,5 lux 0,3 S4 Centrum of woonstraat met verhoogde criminaliteit 5 lux 0,2 S5 Erftoegangswegen met parkeren 3 lux 0,2 S6 Erftoegangswegen zonder parkeren 2 lux 0,3 Weergegeven zijn typische landelijk gebruikte waarden. De uiteindelijke waarden zijn afhankelijk van: de configuratie van het gebied zoals verkeersdrempels; het weggebruik zoals snelheid en parkeren; visuele aspecten en omgevingsinvloeden zoals omgevingsluminantie en criminaliteit.

Rechtspraak bij dit artikel