Naar hoofdinhoud

Artikel 10A

Horen minderjarige belanghebbende

Onderdeel van Verordening commissie bezwaarschriften 2022

Bij een besluit in het kader van de Jeugdwet beslist de voorzitter tot het al dan niet uitnodigen van minderjarige belanghebbende(n). Bij de beslissing tot het al dan niet uitnodigen van een minderjarige worden de volgende omstandigheden in ieder geval meegewogen: de leeftijd van de minderjarige. Bij een leeftijd van twaalf jaren en ouder wordt verwacht dat de minderjarige goed in staat is zijn mening te vormen en goed in staat is zich vrijelijk te uiten. Onder deze leeftijdsgrens wordt uitgegaan van een verminderde plicht tot horen, afhankelijk van de omstandigheden van het geval; de verstandelijke capaciteiten van de minderjarige. Een afweging dient te worden gemaakt of de minderjarige voldoende in staat is zijn mening te verwoorden, zich vrijelijk kan uiten en de consequenties van het horen door de commissie begrijpt. De minderjarige wordt in beginsel voorafgaand aan de hoorzitting afzonderlijk gehoord door een commissielid in aanwezigheid van het verwerend orgaan. Het commissielid kan zich laten bijstaan door een deskundige. Van het horen van de minderjarige wordt geen verslag gemaakt. Tijdens het horen van eventuele andere belanghebbenden geeft de behandelaar kort en zakelijk weer wat de minderjarige heeft verklaard. In afwijking van lid 2 en 3 kan de voorzitter beslissen om een minderjarige uit te nodigen voor een hoorzitting van de commissie. De voorzitter zendt hiertoe een op de minderjarige aangepaste uitnodiging.

Rechtspraak bij dit artikel