3.1 Persoonsgebonden budget (pgb)
Een pgb voor woonvoorzieningen wordt toegekend voor losse woonvoorzieningen. In principe wordt bij bouwkundige woonvoorzieningen uitgegaan van een financiële tegemoetkoming, doch dit is aan de cliënt om hiervoor te kiezen.
Het pgb-bedrag voor woonvoorzieningen is toereikend en vergelijkbaar met de kosten van de voorziening in natura. De bedragen zijn afgeleid van de bedragen die gelden voor de voorzieningen in natura bij de door de gemeente gecontracteerde aanbieder.
Voor kortdurend gebruik (maximaal 6 maanden) zijn losse woonvoorzieningen te leen via de uit- leenservice van zorgaanbieders of hulpmiddelenleveranciers. Losse woonvoorzieningen zijn in de regel voorliggend op bouwkundige woonvoorzieningen.
Voor langdurig gebruik kunnen losse woonvoorzieningen zowel in bruikleen als in eigendom worden verstrekt. Relatief goedkope hulpmiddelen (tot maximaal € 250,- incl. btw), worden in eigendom verstrekt.
Alle genoemde vergoedingen in de navolgende artikelen zijn inclusief btw.
3.2 Vergoeding bedragen
Als de kostenraming van de woonvoorziening het bedrag van € 10.000 te boven gaat, geldt het verhuisprimaat. Als verhuizen geen optie is, geldt als maximumbedrag voor bouwkundige woonvoorzieningen het zogenaamde plafond dat voor vergoeding in aanmerking komt, € 45.000,- (inclusief Btw en exclusief leges).
Voor verhuis– en inrichtingskosten van een 1-persoonshuishouden eenmalig maximaal € 3.903. Dit is 60% van € 6.505,-, het bedrag Regeling minimumbijdrage verhuis- en inrichtingskosten bij renovatie, volgens het Burgerlijk Wetboek.
Voor verhuis– en inrichtingskosten van een meerpersoonshuishouden eenmalig maximaal € 4.878,75. Dit is 75% van € 6.505,-, het bedrag Regeling minimumbijdrage verhuis- en inrichtingskosten bij renovatie, volgens Burgerlijk Wetboek.
Voor het bezoekbaar maken van een woning, eenmalig, maximaal € 2.500,- .
Voor het logeerbaar maken van een woning, maximaal € 4.000,-.
3.3 Bijzondere bepalingen bouwkundige woonvoorzieningen
De financiële tegemoetkoming wordt vastgesteld als de tegenwaarde van de door de gemeente vastgestelde kostencalculatie verhoogd met leges.
Voor tijdelijke huisvesting geldt als tegemoetkoming de maximale huurgrens van € 763,47 voor maximaal 6 maanden (Wet op de huurtoeslag )
De hoogte van de financiële tegemoetkoming bij woningsanering voor het vervangen van vloer- bedekking bedraagt maximaal € 30,- per strekkende meter.
Voor een aanpassing van woonwagen of woonboot geldt: als de technische levensduur nog minimaal 10 jaar is en er nog minimaal 5 jaar een legale lig- of standplaats voor bestaat binnen de gemeente, gelden voor aanpassing van woonschepen en woonwagens dezelfde regels als voor woningaanpassingen. Als hieraan niet wordt voldaan geldt een maximale vergoeding van € 10.000,- .
3.4 Terugbetaling economische meerwaarde
Wanneer binnen 10 jaar de woning wordt verkocht, moet de cliënt de gemeente een deel van de toegekende financiële tegemoetkoming terugbetalen. De hoogte van het terug te betalen bedrag is gelijk aan het bedrag van de voorziening, verminderd met 10 procent per jaar. De ontvanger van de tegemoetkoming bericht het college binnen zes weken na verkoop van de woning.
3.5 Huurderving
Het college kan een verhuurder vragen een aangepaste woning beschikbaar te houden voor een persoon met een beperking en de huurderving vergoeden aan de verhuurder met ingang van de datum van opzegging van de vorige huurder. Dit gedurende maximaal zes maanden.
Het bedrag van de vergoeding bedraagt de daadwerkelijk gederfde huurinkomsten, gemaximeerd tot het bedrag van de huurtoeslag (€ 763,47), zoals jaarlijks wordt vastgesteld in het onderdeel Huurtoeslag van de Belastingdienst.
Artikel 3.
Woonvoorzieningen
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Utrechtse Heuvelrug 2023