De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond op een voor de bodemkwaliteitskaart niet uitgesloten locatie/gebied. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt of de ontgravingslocatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. In de nota bodembeheer wordt hier nader op ingegaan. De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken.
De ontgravingskwaliteit is net als de bodemkwaliteitsklasse gebaseerd op het gemiddelde gehalte van een bodemkwaliteitszone (zie bijlage 4, kolom 'Gem') en getoetst aan de toetsingswaarden uit de Regeling én de toepassingsnormen die zijn benoemd in het ‘Handelingskader hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’. Om het standstill-principe voor de bodemkwaliteit op gebiedsniveau te kunnen waarborgen, is de toetsing voor de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ voor het bepalen van de ontgravingskwaliteit strenger dan voor het bepalen van de bodemkwaliteit (zie ook § 3.6). De toetsingsmethodiek is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje ‘Ontgravingskaart’, ter vergelijking zie ook het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’.
De bodemlaag dieper dan 1 meter wordt, conform het ‘Handelingskader hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’, en gezien de beschikbare meetgegevens van PFAS-verbindingen in de bodemlaag 0,5-1,0 m-mv, als niet verdacht voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen beschouwd.
In tabel 3.2 is de te verwachten ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone aangegeven. De ontgravingskaart per bodemlaag is opgenomen in de kaartbijlagen B3. De kleuren in tabel 3.2 komen overeen met de gebruikte kleuren op de kaartbijlagen.
Tabel 3.2 Verwachte ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone
Bodemkwaliteitszone
Verwachte ontgravingsklasse
Kwaliteitsklasse bepalende stof
95-percentielwaarde > interventiewaarde
Bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) #
Bovengrond Historisch bebouwd gebied Purmerend
Industrie *
Koper, lood, zink, PAK
Lood, zink
Bovengrond Baanstee Noord – niet opgehoogd (klei)
Landbouw/natuur
-
-
Bovengrond Zone Oost
Landbouw/natuur
-
-
Bovengrond Zone West
Landbouw/natuur
-
-
Tussenlaag (traject vanaf 0,5 meter tot en met 1,0 meter diepte) #
Tussenlaag Historisch bebouwd gebied Purmerend
Industrie *
Koper, kwik, lood
Lood
Tussenlaag Baanstee Noord – klei
Landbouw/natuur
-
-
Tussenlaag Zone Oost
Landbouw/natuur
-
-
Tussenlaag Zone West
Landbouw/natuur
-
-
Ondergrond (traject vanaf 1,0 meter tot en met 2,0 meter diepte) ##
Ondergrond Historisch bebouwd gebied Purmerend
Industrie *
Koper, kwik, lood
Lood
Ondergrond Baanstee Noord – klei
Landbouw/natuur
-
-
Ondergrond Zone Oost
Landbouw/natuur
-
-
Ondergrond Zone West
Landbouw/natuur
-
-
Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2,0 meter diepte (0-1,0 m-mv) # (1,0-2,0 m-mv) ##
Baanstee Noord – ophooglaag en wegcunet (zand) **
Landbouw/natuur
-
-
95-percentielwaarde zink en/of lood > Interventiewaarde. In de nota bodembeheer van de gemeente wordt hier nader op ingegaan. De bodemkwaliteitskaart mag wél worden gebruikt om de veiligheidsklasse (indicatief) te bepalen bij uit te voeren graafwerkzaamheden.
De kwaliteit van Baanstee Noord – ophooglaag en wegcunet (zand) is gebaseerd op de certificaten van het sinds 2011 toegepaste partijen zand uit dynamische wingebieden.
De gemiddelden van de PFAS-verbindingen zijn lager dan de (voorlopige) landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens. Dit kan tot beperkingen leiden bij bepaalde toepassingen.
Deze bodemlaag is niet verdacht voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.7
Artikel 3.7.3
Ontgravingskaart
Onderdeel van Geactualiseerde bodemkwaliteitskaart 2022 grondgebied voormalige gemeente Purmerend