In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
Algemene reserve: vrij besteedbare reserves, waarvoor geen verplichtingen gelden om deze aan te houden op grond van wet, statuten of subsidievoorwaarden, ook wel overige reserves genoemd;
ASA 2013: Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013;
Broedplaats: instelling zoals bedoeld in de Subsidieregeling Broedplaatsen 2020;
College: college van burgemeester en wethouders van Amsterdam;
Continuïteitsreserves: reserves die tot doel hebben de continuïteit van de instelling of voorziening te waarborgen, ook wel aangeduid als calamiteitenreserves;
Culturele instelling: instelling van algemeen nut die is gevestigd in Amsterdam en op basis van statuten zijn kernactiviteiten ontleent aan één of meer kunst- en cultuurdisciplines, en artistiek-inhoudelijke publieksactiviteiten organiseert;
Energiekosten: kosten die betaald worden voor de levering van gas, elektra of warmte, zoals die worden doorbelast in servicekosten of accommodatiehuur of de kosten die door de aanvragen met een zelfstandige aansluiting rechtstreeks aan de leverancier worden betaald;
Energiecontract: het contract met de energieleverancier waarin de wijze van prijsbepaling en in sommige gevallen de prijs voor de levering van energie is afgesproken;
Financiële nood: nood die is ontstaan doordat het vrij besteedbare eigen vermogen, niet zijnde de bestemmingsreserves, moet worden aangewend om de gestegen energiekosten te kunnen betalen;
Maatschappelijke voorzieningen: locaties waar hoofdzakelijk activiteiten plaatsvinden van sport, cultuur en welzijnsinstellingen;
Sportaanbieder: een rechtspersoon die op grond van zijn statuten of ondernemingsplan een structureel sportaanbod als hoofddoelstelling heeft, met SBI code sport en bijdraagt aan Agenda Sport en Bewegen of zich richt op specifieke doelgroepen;
SBI-code: Standaard Bedrijfsindeling, een code die uit vier of vijf cijfers bestaat en de activiteit van een bedrijf in het register van de Kamer van Koophandel aangeeft;
Structureel sportaanbod: sportaanbod dat wekelijks wordt aangeboden en minimaal gedurende 32 weken per jaar kan worden beoefend;
Toegenomen energiekosten: totale energiekosten voor de periode tussen 1 januari tot en met 31 december 2022 verminderd met de totale energiekosten van de aanvrager over de periode 1 januari tot en met 31 december 2021, of een andere vergelijkbare periode indien de aanvrager geen energiekosten heeft gemaakt over geheel 2021;
Weerstandsvermogen: dat deel van de som van de algemene reserve en continuïteitsreserves per 31 december 2021 dat noodzakelijke is als financiële buffer voor het opvangen van calamiteiten;
Welzijnsinstelling: aanbieder van (gesubsidieerde) welzijnsactiviteiten.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Subsidieregeling noodsteun energiekosten Amsterdamse maatschappelijke voorzieningen 2022