Om voor subsidie in aanmerking te komen dient de houder aan de volgende subsidievoorwaarden te voldoen:
De houder voldoet aan de kwaliteitseisen vastgelegd in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse voorzieningen en aan de wettelijke eisen voor voorzieningen met een VVE aanbod;
De houder werkt mee aan de uitvoering van het gemeentelijk beleid met betrekking tot de ontwikkeling van het jonge kind;
Het VVE-programma is doelgericht en besteedt aandacht aan de vier ontwikkelings-domeinen: Nederlandse taalontwikkeling, reken-/denkontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling en psychomotorische ontwikkeling;
De houder maakt gebruik van een instrument/kindvolgsysteem waarmee de brede ontwikkeling van peuters wordt gevolgd. Dit kindvolgsysteem voldoet aan de eisen die hieraan worden gesteld door de Inspectie van het Onderwijs;
De houder zet een pedagogisch beleidsmedewerker VVE (vanaf 1 januari 2022) volgens de urennorm in;
De aanbieder zorgt voor een warme overdracht van de doelgroeppeuter VVE naar de basisschool;
De houder neemt deel aan de werkgroep VVE op initiatief van de gemeente;
Partijen verstrekken jaarlijks gegevens aan de gemeente voor de VVE-monitor en de uitkomsten van de resultaatafspraken ter verantwoording van dat jaar;
De houder verstrekt 2 keer per jaar, per teldatum 1 oktober en 1 april, een overzicht van het aantal peuters dat deelneemt aan het reguliere peuterwerk en VVE. Voor het overzicht wordt gebruik gemaakt van een door de gemeente beschikbaar gesteld format;
De houder dient een registratie bij te houden. Deze registratie omvat gegevens met betrekking tot de peuter en ouders:
een door de ouders ondertekend contract met daarin de namen, adres(sen) en BSN van ouders;
bewijs geen recht op KOT;
naam, geboortedatum en BSN van de peuter waarop de subsidie betrekking heeft;
indien het gaat om een doelgroeppeuterplaats, een bewijs van indicatiestelling VVE van het consultatiebureau.
De houder kan deze gegevens indien gewenst binnen een redelijke termijn beschikbaar stellen aan de gemeente;
De houder verleent medewerking aan een (on)aangekondigde controle van het college, Inspectie van het Onderwijs en de GGD. De controle kan gericht zijn op het toetsen van de kwaliteit van de voorschoolse voorziening als ook op de inhoud en de juistheid van de gegevens conform lid j;
De houder komt in aanmerking voor subsidie wanneer er door de houder, op basis van de bij de aanvraag overlegde gegevens zoals bedoeld in artikel 12, derde lid, een of meer VVE-groepen, met 13 tot en met 16 peuters, waarvan 5 tot en met 8 doelgroeppeuters, gerealiseerd worden. Wanneer een VE-houder zelf de doelgroep-peuters wil verspreiden op de groepen, dan is de voorwaarde dat de VE-kwaliteit voor alle groepen wordt gegarandeerd. De bekostiging verandert hiermee niet.
De voorwaarde zoals bedoeld in artikel 6, onder l, geldt niet indien de houder de enige VVE-aanbieder in een dorpskern is.
Artikel 6.
Subsidievoorwaarden
Onderdeel van Subsidieregeling regulier peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie gemeente Laarbeek 2023