In de vorige planperiode is uit het vGRP het financiële voorstel “scenario 2” door de gemeenteraad gekozen als te hanteren methode om de (beheer)opgaves te bekostigen tot en met 2022. Dit scenario ving aan met een rioolheffing per huishouden van €205,- in 2018 met een stijging tot €215,- in 2022.
De voorgestelde verhoging is echter niet doorgezet omdat de spaarvoorziening van de gemeente toereikend was om de verhoging hieruit te financieren en de verhoging niet direct door te leggen naar de burger.
Met de raming voor de nieuwe planperiode is geconcludeerd dat, ondanks de eerdere onttrekking uit de spaarvoorziening voor de rioolheffing, de spaarvoorziening per 2022 meer is toegenomen dan begroot.
Vanuit het financiële systeem is herleid dat er in de jaren 2018 t/m 2021 €1,8 miljoen minder onttrokken is aan de voorziening, dan waar in het vGRP mee gerekend is. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de kapitaallasten. Aan de ene kant zijn investeringen uitgesteld/duurde het langer om de investeringen af te ronden vanwege een beperkte personele bezetting, maar ook de rente is de afgelopen jaren gewijzigd. Bij het vGRP van de vorige planperiode is nog gerekend met 2,5% rente, maar inmiddels is dit afgenomen tot 1,5% rente voor de komende planperiode. Daarnaast is er op de exploitatiebudgetten ook minder uitgegeven dan begroot.
Met het bepalen van de opgaves en de bijbehorende kostenraming (en daarmee rioolheffing) voor de komende planperiode is er dus sprake van een aan te spreken spaarvoorziening.