** 1. .** Gaat het om hulp die de gebruikelijke hulp overstijgt, zijn de ouders in eerste instantie nog steeds verantwoordelijk voor het bieden van deze bovengebruikelijke hulp. Het college beoordeelt dan of van ouders verwacht mag worden dat ze deze hulp bieden, zoals in lid 1 staat weergegeven. Het college maakt hierbij onderscheid tussen kortdurende en langdurende situaties:
Kortdurend: er is uitzicht op herstel van de problematiek en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar.
Langdurend: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de jeugdhulp langer dan drie maanden nodig is of voor meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar. Het college verwacht van ouders dat zij in kortdurende situaties de bovengebruikelijke hulp bieden, tenzij dit gelet op de aard van de hulp niet kan worden verwacht of de ouders door (dreigende) overbelasting de hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige
** 2. .** Bij de beoordeling in langdurige situaties houdt het college rekening met de volgende factoren:
de aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige
de mate van planbaarheid van de hulp
het lichamelijk en geestelijk welzijn van de ouders
de manier van omgaan van ouders met de problemen van de jeugdige
vaardigheden van de ouders om zelf hulp te bieden
of er sprake is van problematiek bij de ouders
welke verplichtingen de ouders hebben
het belang van ouders om een inkomen uit arbeid te krijgen en het eventueel ontstaan van financiële problemen
de woonsituatie
de samenstelling van het gezin en de relatie tussen de gezinsleden
de mogelijkheden en de bereidheid van het sociaal netwerk om de jeugdige en/of zijn ouders te ondersteunen
overige individuele omstandigheden die door jeugdige en/of ouders worden ingebracht
** 3. .** Als bovengenoemde factoren niet leiden tot problemen bij het kunnen verlenen van de hulp door de ouders, bij de beschikbaarheid van de ouders voor het verlenen van de hulp, bij de belasting van de ouders en bij de financiële situatie van de ouders wordt van hen verwacht dat zij de bovengebruikelijke hulp (eventueel deels) verlenen. Het college verstrekt dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp.
Hoofdstuk 5
Artikel 11.
Bovengebruikelijke hulp
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp 2023 gemeente Medemblik