In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
Omgevingsvergunning voor activiteit bouwen:
vergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, lid 1 onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
Omgevingsvergunning voor activiteit aanleggen:
vergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, lid 1 onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
Omgevingsvergunning voor activiteit slopen:
vergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, lid 1 onder g of artikel 2.2., lid 1 onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
Bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk;
Aanleggen:
het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald. Gedacht moet worden aan het aanleggen van wegen en/of paden, het ophogen van wallen, het planten en rooien van bomen, het graven van sloten, het verwijderen, aanleggen of wijzigen van oppervlakteverhardingen en het aanbrengen van oeverbeschoeiingen en aanlegplaatsen;
Slopen:
het afbreken van een bouwwerk of een gedeelte daarvan;
Intrekken:
het geheel of gedeeltelijk intrekken van een omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen, slopen of aanleggen;
Urgente en zwaarwegende planologische belangen:
in dit kader een situatie waarbij voor het gebied waarbinnen het vergunde object is gesitueerd een bestemmingsplan in voorbereiding is en het vergunde object het toekomstig planologisch kader frustreert. Hierbij moet tenminste sprake zijn van een ontwerpbestemmingsplan dat op grond van artikel 3.8 van de Wro ter inzage is gelegd en gepubliceerd.