Het bestuursorgaan stelt bij de start van elk beleid/gemeentelijke initiatief vast op welke manier participatie wordt toegepast. Het bestuursorgaan stelt dan vast:
het doel van participatie;
de beïnvloedingsruimte voor participatie;
de kaders voor participatie;
in welke fases van het proces inwoners, bedrijven en instellingen mogen participeren, en per fase de manier waarop;
de manier waarop het bestuursorgaan hierover communiceert.
Bij toepassing van het eerste lid kan het bestuursorgaan ervoor kiezen afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet toe te passen.