Soms kan iemand niet deelnemen aan de collectieve zorgverzekering, bijvoorbeeld omdat het moment van instappen verstreken is. In deze gevallen moet eerst onderzocht worden waarom een belanghebbende niet heeft kunnen deelnemen. Is hier een rechtvaardiging voor, dan wordt bijzondere bijstand verstrekt voor de kosten die onder de aanvullende verzekering van de CZM vallen tot uiterlijk de datum dat men kan instappen c.q. overstappen. (Dit zal in de meeste situaties 1 januari zijn).
In sommige gevallen hebben belanghebbenden schulden. Is er sprake van een achterstand van de premiebetaling bij de zorgverzekeraar, dan kunnen belanghebbenden niet deelnemen aan de CZM. Doet een dergelijke situatie zich voor, maar stelt de belanghebbende wel alles in het werk om de schulden af te lossen, bijvoorbeeld via de WSNP of budgetbeheer en ontvangt de belanghebbende hierbij hulp van een officiële instantie op het gebied van de schuldhulpverlening, dan valt de belanghebbende buiten zijn schuld niet onder de CZM.
Deze bijzondere bijstand wordt voor de duur van maximaal een jaar verstrekt. Neemt belanghebbende na een jaar nog geen deel aan de collectieve zorgverzekering, dan wordt er geen bijzondere bijstand meer verstrekt. De belanghebbende heeft dan immers de kans gehad om in te stappen. In sommige situaties is het mogelijk om deze termijn van een jaar te verlengen. Dit kan ook ambtshalve gebeuren.
Belanghebbenden die niet willen deelnemen aan de CZM komen niet in aanmerking voor een vergoeding van de kosten die in het pakket van de CZM zijn opgenomen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.4
Niet kunnen of willen deelnemen aan de collectieve zorgverzekering
Onderdeel van Richtlijnen Bijzondere Bijstand 2023