Er kan aan gezinsleden (partner, kinderen en ouders), die op hetzelfde adres woonachtig zijn, bijzondere bijstand worden verleend voor reiskosten die gemaakt worden in verband met bezoek aan een partner, kinderen of ouders die in een ziekenhuis of inrichting verblijven. Wordt een vergoeding verstrekt door de CZM, dan moet deze meegenomen worden bij de bepaling van de hoogte van de bijzondere bijstand.
Er wordt een vergoeding verstrekt voor een bezoek van eenmaal per dag en met een maximum van drie keer per week. Een toekenning van bijzondere bijstand voor een hogere frequentie moet deugdelijk gemotiveerd worden. Blijkt dat verblijf in een hotel of een Ronald McDonald huis een betere oplossing is dan heen en weer reizen en zijn de kosten hiervoor lager dan de reiskosten, dan komen die kosten voor vergoeding in aanmerking.
Bij bezoek aan gezinsleden die in zeer ernstige (levensbedreigende) situatie verkeren, kunnen andere bezoekfrequenties worden gehanteerd. Hier wordt maatwerk verwacht.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.7
Reiskosten gezinsleden naar ziekenhuis of inrichting
Onderdeel van Richtlijnen Bijzondere Bijstand 2023