Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.3

Kleding, schoeisel en beddengoed

Onderdeel van Richtlijnen Bijzondere Bijstand 2023

Kosten van de aanschaf, vervanging, reiniging en onderhoud van kleding, beddengoed en schoeisel behoren in principe tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Er zijn echter situaties denkbaar dat hiervoor extra kosten moeten worden gemaakt en dus deze kosten voor de betrokkene bijzonder maken, bijvoorbeeld omdat iemand gehandicapt is. Voorliggende voorziening Via de (aanvullende) zorgverzekering is vaak een vergoeding mogelijk. Tevens kan men gebruik maken van de Kledingbank Maxima en/of de Kringloopwinkel. Indicatie Voor het vaststellen van de extra kosten wordt een medisch advies gevraagd. Vervanging garderobe De normale aanschaf/vervanging van kleding behoort tot de algemeen noodzakelijke kosten van bijstand. Dit geldt voor zowel confectie- als maatkleding. Een afwijkende lichaamsbouw (bijv. dwerggroei) is op zich geen aanleiding voor bijzondere bijstandsverlening. Bijzondere omstandigheden die aanleiding geven tot plotselinge vervanging van een garderobe kunnen dat wel zijn, bijvoorbeeld wanneer betrokkene vanwege ziekte of gebrek een andere garderobe aan moet schaffen vanwege een plotseling sterk gewijzigde lichaamsomvang. Wanneer het gewichtsverlies deel uitmaakt van een al dan niet op medisch advies gevolgd dieet/operatie gericht op gewichtsverlies, is er geen sprake van bijzondere omstandigheden. Dit geldt ook voor transseksualiteit. De wijziging van de garderobe vindt in deze gevallen geleidelijk plaats. Kledingslijtage en bewassingskosten In verband met ziekte of een handicap kan er sprake zijn van overmatige kledingslijtage en/of extra kosten voor het wassen van kleding. Er wordt bijzondere bijstand voor deze kosten verleend indien de kosten medisch noodzakelijk zijn. Er is sprake van medische noodzaak als er een indicatiestelling aanwezig is. Orthopedisch schoeisel De aanschaffingskosten van orthopedisch schoeisel worden vergoed vanuit de basisverzekering. Wel wordt een eigen bijdrage gevraagd. Deze eigen bijdrage komt niet voor verlening van bijzondere bijstand in aanmerking omdat enerzijds de wetgever de vergoeding als toereikend heeft aangemerkt. Anderzijds vergoeden de aanvullende verzekeringen GV1 en 2 de eigen bijdrage tot € 75 en de GV3 zelfs tot 100%. Dit is een voorliggende voorziening.

Rechtspraak bij dit artikel