Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.1

Bewindvoering (100%)

Onderdeel van Richtlijnen Bijzondere Bijstand 2023

Algemeen Bij de eerste aanvraag van de bijzondere bijstand voor de kosten van bewindvoering dient in ieder geval de toekenningsbeschikking ‘Onderbewindstelling’ te worden aangeleverd met daarbij een factuur voor de bewindvoeringskosten die van toepassing zijn. Dit laatste hangt samen met de gezinssamenstelling en of er wel of geen schuldentarief wordt gehanteerd. Vervolgens gelden de volgende bepalingen: Na de eerste toetsing en toekenning is er in het algemeen sprake van een doorlopende toekenning van de bijzondere bijstand tot maximaal 5 jaar. Daarna of zoveel eerder (is afhankelijk van de datum wanneer onderbewindstelling is toegewezen) dient er nieuwe aanvraag te worden ingediend. Op de bewindvoerder rust de plicht en verantwoording om de gemeente tijdig te informeren bij wijzigingen in de financiële situatie van de cliënt die de hoogte en toekenning van de bijzondere bijstand mogelijk beïnvloeden. Maandelijks worden eventuele mutaties doorgegeven. Bij de aanvraag van de bijzondere bijstand voor de jaarkosten geldt een opdeling voor in de groepen wel/geen bijstandsuitkering: A. Bijstandsuitkering Dit betreft de helft van de cliënten beschermingsbewind. De bewindvoerder levert tijdig jaarlijks een lijst aan met cliënten die onder beschermingsbewind staan en die een bijstandsuitkering ontvangen. Voor deze groep wordt de bijzondere bijstand zonder nader onderzoek toegekend omdat de rechtmatigheid van de bijstand voor de bijstandsuitkering al is vastgesteld. B. Geen bijstandsuitkering Dit betreft de andere helft van het cliëntenbestand. Deze groep kan globaal in 2 groepen worden opgedeeld: Een inkomen op bijstandsniveau. Hierbij wordt het recht op bijzondere bijstand bij de eerste aanvraag vastgesteld en doorlopend toegekend. Via SUWI vindt er een administratieve controle plaats op het inkomen (en vermogen). Een inkomen waarbij sprake is van enige draagkracht. Voor deze groep moet wel jaarlijks met een aanvraagformulier een aanvraag worden ingediend. Voor groep A volstaat bij de eerste aanvraag de aanlevering van de factuur voor de bewindvoeringskosten en de toekenningsbeschikking van de rechtbank. Voor groep B wordt een eenvoudig uniform aanvraagformulier bijzondere bijstand opgesteld met daarbij de benodigde aan te leveren bescheiden. Tijdig aanvragen Er bestaat in beginsel geen wettelijk recht op toekenning met terugwerkende kracht. Het is van belang de aanvraag tijdig in te dienen. Veel gemeenten hanteren bij een aanvraag bijzondere bijstand een vorm van terugwerkende kracht van twee of drie maanden (buitenwettelijk begunstigend beleid). Dat beleid geldt ook voor onze gemeente. Het behoort tot de taak van de curator en bewindvoerder om tijdig bijzondere bijstand bij de gemeente aan te vragen. Gebeurt dat niet dan is hij aansprakelijk voor de schade. 5.1.1Bewindvoering, mentorschap en curatele (100%) Uitgangspunt bij bewindvoering, mentorschap en curatele is dat als de rechter eenmaal een bewindvoerder/mentor/curator heeft aangewezen, de kosten daarvan als noodzakelijk beschouwd moeten worden. Hiervoor is een beschikking van de kantonrechter vereist. Dit betekent dat, voor zover de kosten niet uit de eigen middelen kunnen worden betaald, bijzondere bijstand verstrekt kan worden. Indien wordt overgegaan tot opheffing van bewindvoering, mentorschap en curatele, wordt met ingang van de datum van opheffing, de vergoeding in het kader van de individuele bijzondere bijstand voor bewindvoering, mentorschap en curatele eveneens beëindigd. Indien bij beëindiging van de individuele bijzondere bijstand voor bewindvoering, mentorschap en curatele blijkt dat er sprake is van een onverschuldigde betaling, zal deze teruggevorderd worden. 5.1.2.Tarieven Vanaf 1 januari 2015 gelden de forfaitaire tarieven die zijn vastgesteld in een nieuwe Ministeriele regeling: de “Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. In de Toelichting bij de regeling worden de werkzaamheden beschreven. Vanaf 1 oktober 2016 zijn de tarieven uitgebreid met tarieven voor jongeren van 18 tot 23 jaar in jeugdhulp. De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd en geldt alleen ingeval van mentorschap. De forfaitaire jaarbeloning is inclusief onkostenvergoeding en exclusief BTW. Met onkosten wordt bedoeld de kosten die de vertegenwoordiger in het belang van de goede uitoefening van zijn taken maakt. Het betreft eventuele reiskosten, telefoonkosten, kosten van het opmaken van de rekening en verantwoording, kosten van het uitbesteden van taken voor zover de betrokkene deze voorheen zelf verrichtte.[…] De onkosten zien ook op de kosten die verbonden zijn aan het voldoen aan de kwaliteitseisen en het overleggen van de eigen verklaring, het verslag aan de accountant dan wel, in geval van mentorschap, een door de kantonrechter aangewezen deskundige, en de verklaring van de accountant. Voor deze onkosten kan geen aparte vergoeding worden verzocht. De onkostenvergoeding is verdisconteerd in het uurtarief ten behoeve van de administratieve eenvoud en omdat sommige kosten kunnen toenemen bij elk uur extra dat werkzaamheden worden verricht. Kosten WSNP-aanvraag Er wordt geen bijzondere bijstand verleend voor de kosten van de WSNP-aanvraag. Deze kosten worden door de Wet op de rechtsbijstand (de voorliggende voorziening) niet als noodzakelijk beschouwd. Voorbereidingskosten WSNP Voor de voorbereiding van een WSNP-traject kan de schuldenaar naar de VKB verwezen worden. Voor de voorbereidingskosten wordt geen bijzondere bijstand verleend, omdat de VKB al een vergoeding ontvangt voor deze werkzaamheden en daardoor voor de inwoners van de gemeente geen vergoeding vragen.

Rechtspraak bij dit artikel